is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe klanken : leesboek voor de hoogere en voortzettingsklassen der lagere school

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dien avond begaf zich een der goede vrienden van mevrouw Van Oldenbarnevelt naar haar woning, en vroeg haar te spreken. Hij werd in een groote kamer gelaten, waar de oude dame zich bij het hoog-laaiend haardvuur warmde. • „Wat voert u hierheen, zoo laat op den avond?" De ander zette zich bij de schouw, hij antwoordde niet dadelijk. Er groefden diepe rimpels in zijn voorhoofd, en plotseling sloeg hij zijn handen voor de oogen.

„Wat hebt ge toch?" vroeg mevrouw Van Oldenbarnevelt. „Het is vreeselijk . . . eerst uw man ... nu uw zonen . . ." De grijze dame stond op. Ze zag hem aan, met angstige oogen. „Mijn man ... nu mijn zonen . . ." stamelde ze. „Uw zonen zijn betrokken in een aanslag op den prins. Uw jongste zoon Willem is gevlucht... maar uw oudsten zoon ... Reinier . . . heeft men gevat."

„Heeft men gevat," herhaalde ze klankloos, en haar handen omklemden de leuning van haar stoel. „Dat beteekent . . ." Zij zwegen beiden. Mevrouw Van Oldenbarnevelt begaf zich naar de deur, wankelend. „Waar gaat ge heen?"

„Naar den prins, om hem gratie te vragen voor mijn zoon Reinier." „Het is koud. Ge kunt in de nachtlucht niet over straat." „Ik vraag niet, of het koud is. Ik moet Reinier redden." „Ik zal u vergezellen."

De moeder begaf zich naar het paleis van den stadhouder. Men zeide haar, dat de prins zich reeds te bed had begeven. „Zeg hem ... dat ik hem dadelijk . . . moet spreken... over een dringende aangelegenheid," zeide ze tot den dienaar. „Ge kent me wel. Ik ben mevrouw Van Oldenbarnevelt." Toen ze tegenover Maurits stond, die ijlings was opgestaan en zich had aangekleed, begon ze te schreien. De prins geleidde haar naar een stoel en liet haar plaats nemen.

91