is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeene en vaderlandsche geschiedenis sinds ± 1715

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

296

i

Verdragen m. de Zuidduitsehe staten.

De „Ausgleieh" van 1867.

Mentana. 1867.

noordelijk iriinisterie en een parlementair regeeringsstelsel was ;een sprake. .Wel werd de President in den Rijksdag vertegenwoordigd door zijn Bondskanselier — waartoe natuurlijk Bismarck werd benoemd —, die tevens den Bondsraad presideerde, en moest deze de besluiten van den President medeonderteekenen, maar diens benoeming hing alleen van den President af.

De Zuidduitsche staten bleven voorloopig nog zelfstandig, maar toch sloten zij spoedig met Pruisen geheime aanvallende en verdedigende verbonden.

Had zoodoende de oorlog van 1866 voor Pruisen en Duitschland belangrijke gevolgen, ook in de Oostenrijksch-Hongaarsche landen werkte hij na. Hier kregen beide deelen in 1867 de langgewenschte constitutie's en verantwoordelijke niinisters. Bovendien werd aan het verlangen van Hongarije, een zelfstandigen staat naast Oostenrijk te vormen, voldaan bij den „A u sg 1 e i c h" (= Vergelijk) van 1867, waarin vooral minister B e u s t een groot aandeel had en van Hongaarschen kant de partijleider D e a k. Het grondgebied kwam te bestaan uit twee rijksbelften, nl. C i s 1 e i t h a n i ë of de Oostenrijksche landen en T r a n sleithanië of de Hongaarsche landen (waartoe Kroatië en Slavonië bleven behooren). Door den keizer-koning werden drie ministers voor de gemeenschappehjke zaken benoemd, n.1. voor buitenlandsche zaken, voor oorlog en voor de gemeenschappelijke financiën, terwijl de Hongaarsche en Oostenrijksche volksvertetegenwoordigingen daarvoor delegatiën benoemden. Deze delegatiên bepaalden tevens het aandeel van iederen staat in de gemeenschappehjke uitgaven, telkens voor 10 jaar. Kon met het daarover niet eens worden, dan kon de keizer-koning telkens voor 1 jaar de bestaande regeling verlengen.

En ten slotte Italië. Na de verwerving van Venetië werd de wensch, om eindelijk ook Rome te bezetten, steeds vuriger. Vandaar, dat de Italiaansche regeering Garibaldi liet begaan, toen hij in 1867 weer eene poging deed tot verovering dier stad. Maar Napoleon Hl zond een leger naar den Kerkelijken Staat,