is toegevoegd aan uw favorieten.

De glorierijke verschijning van Christus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mattheüs 24 :42-44.

93

opmerkzaamheid niet hoofdzakelijk aan de aarde en aardsche dingen wijden, maar zich verzekeren van een eeuwig samenzijn bij den Heere, waar nooit geene scheiding meer zal zijn. Om deze scheiding van familieleden te verhoeden, zendt de Heere, „eer dat die groote en vreeselijke dag des Heeren" komt, Zijne boden in de kracht van Elia, om de harten der vaderen te bekeeren tot de kinderen en de harten der kinderen tot de vaderen. ')

Waakt!

„Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal! Maar weet dit, dat, zoo de Heere des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven; daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij niet meent, zal de Zoon des menschen komen." Verzen 42-44.

Wanneer de Heere van Zijne wederkomst spreekt, dringt Hij bij Zijn volk met den grootsten nadruk aan op waken. Zoo lezen we ook in Mark. 13:33: „Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is." In deze gedurig herhaalde vermaning ligt het bewijs opgesloten, dat het volk des Heeren op Zijn komen zal wachten en op de teekenen van Zijne toekomst acht geven zal. Men waakt voor en geeft acht op datgene, wat men verwacht. Onverschilligheid jegens eri afkeer van de toekomst des Heeren is een zeker bewijs van liefdeloosheid jegens den Heere Zelf. Wie den Heere waarlijk liefheeft, is de gedachte aan Zijn wederkomst ook dierbaar en hij verlangt er naar. En wie er naar verlangt, die waakt er ook voor en wacht er op.. Het kind Gods is als een huisvader, die weet, dat er dieven in de nabijheid zijn, maar niet weet of de dieven op dit of op een ander uur hun' slag zullen trachten te slaan. Omdat hij nu het uur niet weet en toch op het komen van den dief voorbereid wil zijn, blijft hem geen anderen weg open, dan den ganschen nacht door eene wacht te bestellen. Op gelijke wijze moet ook hij, die naar de komst des Heeren uitziet, steeds op zijne hoede zijn. Wie echter inslaapt, omdat hij waant, dat de toekomst des Heeren nog ver in het

•) Mal. 4:5, 6.