is toegevoegd aan uw favorieten.

Eene misdeelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

»Och kom, Barbara !« riep ik vroolijk, ondanks haar benepen gezicht alleen lettend op het humoristische van het geval. »Gun gerust een ander de zilveren schijven van den ouden zonderling. Je plaats is hier, bij je moeder, in spijt van alle werkelijke en vermeende grieven.»

>Zoo, en mijn toekomst dan ? Wij hebben bier een onbekommerd leven, maar alles behoort aan jou en Hanna, mama is arm. Ik moet sparen voor mijn ouden dag, ik heb geen man, die daar voor zorgen kan, zoo-^ als Betty, ik moet mij zelve helpen. Mama is pas achten vijftig, de menschen worden soms oud én een toestand als de hare, zij kan nog wel zeventig worden en dan ben ik te oud om nog met vrucht te werken . . .«

Ik meesmuilde: »Pas acht-en-vijftig, en zooeven noemde je je moeder oud. Maar dat doet er niet toe. Je toekomst ? Dacht je dan niet, Barbara, dat ge juist je toekomst verzekerdet door de toewijding aan je moeder ? Begrijp je dan niet de dankbaarheid, die je daardoor inoogst van Betty, George en van Hanna en mij, die ons even goed bare kinderen rekenen ? Dan zullen immers wij met vreugdé voor je ouden dag zorgen !«

»0 zeker, < riep Barbara met een schamperen lach: >Door George in het een of ander tehuis voor oude dames gekocht, van Betty de japonnen afdragen, die uit de mode zijn, van jou en Hanna nuttige catdeaux op St. Nicolaas, Kerstmis.... wie weet wat al schitterende bewijzen van aanhankelijkheid meer ! Weet-je hoe ik zoo'n soort van aanhankelijkheid noem: een fatsoenlijke bedeeling, een kroon van klatergoud en van valsche steenen voor de oude vrijster, een ouderdom van vernedering na een jeugd vaninspanningU

Barbara's grieven waren te diep ingeworteld, had-