is toegevoegd aan uw favorieten.

Aangename uren : leesboek voor gymnasia, hoogere burgerscholen, kweek- en normaalscholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

bergen zichtbaar werd; hij scheen de helft zijner zeilen verloren te hebben, waarvan de flarden nog aan de raas wapperden.

De toestand werd allengs zorgelijk, want hoewel het nog dag was, zag men niets meer, men hoorde slechts het ontzettende gebulder van den storm; geheel de zee dampte, alsof zij kookte en werd met het afgereten schuim der golven als een wolk van stoom over de watervlakte voortgezweept. De vreeselijke winddruk reet de kruinen der golven nog voor dat zij als schuim konden nederstorten, uiteen om ze als groen doorzichtige flarden van water weg te slingeren. Van deze massa's vielen er met woest geweld op het dek, en het zwaar stampende schip kraakte bij zulke schokken in al zijne voegen, alsof het van smart sidderde en kreunde.

Het flauwe schemerlicht begon nu geheel en al te verdwijnen achter het somber wolkengordijn, achter de donkere massa's water, die ook daarboven in wilde vaart ronddreven; de duistere nacht'daalde neder over het ontzettende oproer der natuur. Het was een kritiek oogenblik geworden, daar wij thans, het mocht kosten wat het wilde, moesten bijleggen, wegens de riffen en klippen, die wij voor ons uit wisten.

Het stuurrad snort rond — het schip draait in den wind. Een oogenblik lang schijnt het stil te worden in de lucht. Men. hoort duidelijk het water over het dek spoelen en met een eentonig geluid door de spuigaten borrelen.

De zjch met halve stoomkracht in den wind houdende kruiser biedt thans den boeg aan den met verdubbelde kracht losbrekenden storm, die het geheele voorschip met donderende schuimkronen overstelpt.

Een verpestende stank, ons door den wind van tijd tot tijd toegevoerd, had algemeene verwondering verwekt en te vergeefs verdiepten'wij ons in gissingen, wat toch daarvan de oorzaak kon zijn hier in open zee. Doch in den strijd mét de woeste elementen hadden wij geen tijd, lang daarover na te denken.

Door ravenzwarten nacht omhuld, zag of hoorde men niets meer in den ontzettenden chaos van tonen; de mehschelijke stem had geen klank meer, alleen de signalen der kwartiermeestersfluitjes, met volle longenkracht voortgebracht, konden zich doen vernemen, maar slechts zwak als vogelgetjilp.

De kokende zee lichtte in de zwarte duisternis met onhëilspellenden glans, evenals de brekers, welke over den boeg sloegen