is toegevoegd aan je favorieten.

Taalboek voor de drie laagste klassen van H.B.S. en gymnasium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tl

INHOUD.

63. Voornaamwoord (aanw., vrag., bep. aank.).

64. „ (betrekkei.).

65. „ (betrekkei.; vnwdl. bijw.).

66. ( „ aanw.;bep. aank.; onbep.; vnwdl. bijw.).

67. Die, dat, wien, wat, er.

68. Herhaling.

69. Telwoord.

70. Herhaling.

71. „

72. Bijwoord en voorzetsel.

73. Algem. herhaling v. d. woordsoorten.

74. „ ^ > „ „ „

De samengestelde zin.

75. Nevenschikking.

76. „ ; onderschikking.

77. o, 6. Vervanging van woorden door een bijzin, en omgekeerd.

78. Onderwerps- en voorwerpszinnen, (volledig, beknopt, elliptisch).

79. Directe rede vervangen door indirecte rede.

80. Indirecte rede „ „ directe „

81. Gezegdezin; bijvoegel. bijzin.

82. Bijvoegel. bijzin.

83. Hoofdzin in den vorm v. e. lrijzin en omgekeerd.

84. Hoofd- en bijzinnen.

85. „ „ „

86. „

87. Samentrekking.

88. Beknopte en elliptische zinnen.

89. Beknopt of elliptisch maken.

90. Onvolkomen zinnen.

91. Samengestelde zinnen.

92. Zins- en woordontleding.

93. „ „ „

94. „ „

95. „ „

De lees- en woordteekens.

96. Leesteekens.

97. Aaneenschrijven; woordteekens.

98. „ »