is toegevoegd aan uw favorieten.

De oude schuld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n6

van de wereld, die achter haar strakke voorhoofd leefde.

„Ik wou, dat ik morgen niet naar Heerweg moest", zei hij toen opeens. „Ik zou u veel liever thuisbrengen."

Ze glimlachte. „Daar was ik ook juist mee bezig. U bent net het jongetje, dat altijd wist, waaraan de prinses dacht. Uit „de Reiskameraad" van Andersen."

„Dat ken ik niet. Toe, vertelt u eens."

En ze vertelde van de prinses, die zoo mooi en zoo harteloos was, en wier tuin volhing met de doodsbeenderen van de prinsen, die met haar hadden willen trouwen, en niet hadden kunnen raden, waaraan ze dacht. En van het moedige ventje, dat al die griezeligheden en afschrikwekkendheden had gezien, en toch niet bang werd, en toch naar haar toe wou...

„De prinses dacht niet eens aan diepzinnige dingen, doodgewoon aan haar schoen en haar handschoen", zei ze glimlachend. „Maar dat maakte het juist zoo moeilijk. En iedereen vreesde van te voren, dat het het dappere jongetje zeker zijn leven kosten zou. Maar het eindigde met een bruiloft, die een heele maand duurde, en ze hielden dol veel van elkaar, en het jongetje werd koning van het heele rijk."

„Waarom hebben ze mij nooit sprookjes verteld?" vroeg Jaap opeens klagelijk. „Toen ik een jongen was, las ik Aimard en later Kipling en Stevenson... In de maanden, dat ik in dienst was, heb ik eindeloos veel Balzac en Hardy en Moore en Wells en Shaw gelezen...Maar sprookjes fijn me nooit eigen geworden. M'n moeder vond ze kinderachtig, geloof ik, en m'n vrienden spraken er niet van. Bi vind dit zoo mooi. Het is om den heelen nacht over te droomen..."