is toegevoegd aan uw favorieten.

Grieksche lyrische dichters en hunne poëzie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STESICHORUS

103

op het reliëf ook eene episode voorkomt, die woordelijk verklaard Wordt als „Aeneas scheepgaande naar Hesperië", ligt de gissing voor de hand, dat in Stesichorus^ epos Troje's Verwoesting — waar-' van enkele fragmenten' over zijn — Aeneas' tocht maar Italië of het Westerland stond' beschreven.

Er rijzen evenwel twee vragen. Vooreerst, of de vervaardiger van het reliëf werkelijk trouw naar Stesichorus' gedicht heeft gearbeid en- zich van veranderingen en aanvullingen uit andere bronnen' heeft onthouden; in de tweede plaats, of met Hesperië werkelijk Itaiië is bedoeld. Het antwoord op de eerste vraag moet aldus luiden: dat het wel uitgesloten is, als zou de vervaardiger naar den werkelijken tekst van Stesichorus hebben gewerkt. Zelf deelt hij op de plaat mede, wie hem aan' zijne stof hielp en zijne bron blijkt te zijn een bekend mythologisch handboek van 100 v. Ohr., waarin mythen waren verzameld met vermelding van de dichters, die deze mythen in poëzie 'hadden gebracht. Zoo kwam in dit handboek voor „de Val van Troje naar het epos van, Stesichorus." Vandaar dat 's dichters naam nu ook op het reliëf kwam te staan. Vergelijken wij echter meerdere ingebeitelde tafereelen met fragmenten uit Stesichorus, gedicht, die op dezelfde gebeurtenissen doelen als de beeldhouwer wilde weergeven, dan springen er merkbare verschillen in het oog tusschen de literaire en de sculpturale weergave. Hieruit volgt, dat de beeldhouwer óf zelf wijzigingen bedacht, öf dat het door hem geraadpleegde handboek niet trouw den inhoud van Stesichorus' gedichten weergaf, maar dat er in den loop der eeuwen afwijkingen in den tekst der geëxcerpeerde gedichten waren gedrongen. In ieder geval, het beeldwerk moge al de onderteekening dragen: „naar Stesichorus'," dat het volledig kloppen zou

Grieksche Lyrische Dichters

8