is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondslagen van opvoeding en onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I DE MENSCHELIJKE NATUUR

107

en is in deze laatste meer voor het verkeer open liggende provincies, door vermenging met Frankisch bloed, het tweeslachtige volkstype ontstaan, dat zijn oorspronkelijk karakter nu eens gansch en al verloochent, dan weer met hand en tand verdedigt.

Om de natuur van ons volk te begrijpen moeten wij dus het Friesche type beschouwen en daarnaast, als gij wilt, het Frankische, maar niet het Duitsche. Welnu, in den oertijd vonden onze voorouders in de vruchtbare, maar moerassige laagvlakten langs de Noordzee een rustig, onbezorgd bestaan in jacht, visscherij, landbouw en veeteelt. Zij zijn nuchter, betrekkelijk vreedzaam *) en vrijheidlievend.

Hun leven is arm aan avonturen, zelfs hun jachtvermaak is bijna gevaarloos, omdat het groote, gevaarlijke wild van de tropische landen in hun bosschen ontbreekt. Hun phantasie wordt weinig geprikkeld, doordat hun oog van hun terpen af vrij weiden kan over de ruime vlakten, die in het poëtische licht van een vochtig landschap altijd een rustig en vreedzaam aanzien hebben. Ze kennen de wereld niet Verder dan hun gezichteinder reikt; door de ontoegankelijkheid van hun waterland staan ze niet erg bloot aan onverwachte overvallingen en wie zich in hun domein waagt, komt van een koude kermis thuis.

De woeste, geheimzinnige bergen zijn hun vreemd; tot roofzucht worden zij niet geprikkeld; tot diepe nederigheid te midden van een majestueuze natuur niet gestemd. Hun godsdienst is een eenvoudige natuuraanbidding; hun literatuur is arm aan sagen en legen-

i) Eigenaardig: al wat de historie vermeldt van door de Friezen gevoerde oorlogen is verdedigingsstrijd. Getuige bijv. de langdurige strijd tusschen Hollandsche graven en Friezen, tusschen de Wezer-Friezen en den bisschop van Bremen, de kruistocht tegen de Stadingers enz.