is toegevoegd aan je favorieten.

Uit eigen land : Nederlandsch leesboek voor christelijke scholen voor meer uitgebreid lager onderwijs, hoogere burgerscholen, gymnasia, kweek- en normaalscholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HOLLEBLOKJES.

295

op 't gouden zomerweer; uit zee geboren, rukte, tot diep in 't vasteland, de orkaan, zijn weg alom met puin en gruis bezaaiend...

Ik keerde weer... 't Was middag. In een glorie van zonneglans en flonkrend stofgoud rees de visschershut, zóo klein, dat men in 't duin, zoo wijd men schouwde, vast geen kleiner vond ...

Wat blikkerden van ver de smalle ruitjes

als flikkersterren... Vroolijk kronkelden

de wolkjes uit bet schouwken; hooger, scheen het,

hief thans de zonnebloem haar gele schijf,

de winde hare blanke en roze kelkjes...

de dahlia haar weeldrig bonte trossen...

Stil rees het daar, een beeld van zielevrede, in 't vlakke daglicht...

Even bleef ik staan,

en spande 't oor...

Wel stond de deur, als eertijds half op een kier voor 't zwoele zomerluwtje, doch stem noch vorkgerammel klonk tot mij.

Alleen de krekel, die in 't grasbed sjirpte, verbrak de stilte, een stilte — als in een graf...

Een bang gevoel vervulde mij het hart... en nader trad ik...

't Vischnet, gansch aan Sarden, lag achtloos neergesmeten op den grond, en op de plaats, waar vroeger, als ivoor zoo blank geschuurd, de twelf paar klompjes stonden, — eerst éen zeer groot, dan de andre, kleiner steeds, bestemd voor kindervoetjes, twee, zóo klein