Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

steenmassa's uitkartelden tegen de lucht; rechts, onder den verren, gestrekten keten der Zwitsersche gletschers, de top van den Monte Cavarna, die als een heuvel van de hoogvlakte opging en in zijn schaduwbochten nog de valige plekken droeg van sneeuw, een maand her gevallen; en aan den overkant van het meer de Monte Gordona en de San Christophoro, wier woeste Noorderflanken dik-wit besneeuwd nog waren, fel aan het bleekere luchtblauw.

De plek waar hij rustte en dit uitzicht, waren aan Anselmo zeer vertrouwd. Hij onderscheidde den zwarten sparreboom voor het huis van zijn tante, de klokken in de klokkegaten van den toren, en de kleine, witte kapel, die bovenop den Cavarna stond; hij onderscheidde ook, over het meer, vage stippen, die visschersbootjes uit Noranco waren, en hij zag aan de wijze waarop de wind met teer-beslagen streken den glanzenden waterspiegel marmerde, dat er nog goed weer te wachten was....

Vele zomers had hij, als knaap, in de grazige bochten die hier weerszijden den Vedeggio liggen, een deel van zijns vaders vee gehoed, en vele uren van den dag had hij toen op deze rotsplaten gezeten, blazende op zijn vlierfluit, en de dieren te drinken geleid aan de schaarsche bronnen, waar het water droppelt van de rotsen in den steenen trog.

Het was juist deze plek en dit uitzicht, die Anselmo zich zijn drie jaren, dat hij in Amerika was, het meest en het liefst voor den geest haalde; en nooit had hij daar, in den vreemde, te midden van den walm der steden en de pulverende bouwterreinen, deze beelden kunnen oproepen, of een knauwend heimwee was hem naar de keel gedrongen en had hem gansch ongelukkig gemaakt.

En nu kon hij op deze plek niet zitten, of het hervinden van die oude herinnering bracht hem met

Sluiten