is toegevoegd aan je favorieten.

De vreemde heerschers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314

der mannen in de herbergen, op het kerkplein, en zijn woorden vielen als mokers den luisterenden op het hart.

„Niet voor onze marktvrouwen, niet voor de vreemden", hoonde hij Anastasio's argumenten, „voor onze eer, voor de eer van Cavarna bouwen wij den weg!"

— Een halve eeuw hadden zij en htm vaders gezwoegd voor den welstand van hen allen.... Cavarna was lang genoeg een vergeten nest in de bergen geweest....

zij vermochten nu wat buidelsvol had Cavarna

zich in den vreemde buit gemaakt .

Hij sprak over geen bizonderheden, over moeiten noch werk. „Laat ons den weg bouwen", dat zei hij op alle wijzen, en met al het fanatisme van zijn opgehitsten wil: „Wij bouwen den weg!"

Wie hem hoorde, werd gevangen in dat dringen en drijven, tot zelf men moeite noch geld noch werk meer ontzag.

Anastasio, om niet geheel opzij geduwd te worden, ging met enkele der beste wegmetselaars uit het dorp het muildierpad achter-langs den Cavarna eens in bizonderheden bekijken en kwam met een voorloopig ontwerp van verbreeding en verlegging voor den dag.

Toen men er Ambrogio over polste, vroeg die alleen, of men niet liever een bakerkind met den wegbouw belasten zou. Hij verknarste een vloek tusschen de tanden en met verbittering dacht hij aan Marco en Antonio, die verre waren, aan Marco vooral, die zooveel jaren reeds ploegbaas en opzichter was!....

Den Zondag daarop, den twintigsten October, werd de eerste vergadering der dorpspatriciërs gehouden. Na de mis, op de gebruikelijke plek langs den pastoriemuur, stonden zij, de oud-echte Cavarners, in een stilte vol gedrongen opwinding en in een gewichtigen ernst, die nieuw waren.