Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

van restauraties en sociëteiten, sigarenzaakjes en bierhuizen, kiosken, krantenbureau's, het Postkantoor en het Spoorstation.

lederen middag als de zware Beurs-deuren geopend worden en het klokkenspel hoog in het koepeltorentje waarschuwend klingeltingelt in de drukke oude stad — in de kantoren, de bier-, sigaren- en koffiehuizen — dan komen de haastende handelsmenschen toeschieten van links en rechts en hopen zich op in donkere, rumoerige groepen. De trammen bellen, de treinen bombomberen aan, 't gedaver van een stoet log-zware sleeperskarren overstemt een tijd lang elk ander geluid. En de groepen zwellen, van alle kanten komen de zwarte, bruine en grijze heeren en half-heeren, staan te praten, lachen en rooken, en trekken bij klompen het donkere Beursgebouw in. Van den Maaskant komen de meesten, van de oude „Boompjes" en het nieuwe Feijenoord, van de havens en kaden, maar ook van mindere kantoren die op bovenverdiepingen zijn in zwarte lugubere straten. Uit de koffiehuizen vlak bij en uit de verste hoeken der naar alle windstreken om zich heen grijpende zakenstad; de handelaars en de makelaars, de cargadoors en expediteurs, de reeders, de bankiers, de handelsagenten, de commissionnairs, allen, éllen komen ze op de Beurs, want daar is hun leven, hun geluk, want daar is hun slag te slaan. Daar is hét leven, het handelsleven, de culminatie van zaken doen; koning-kapitaal houdt daar zijn hof,

verdeelt daar zijn gunsten Ze verdienen er hun

brood en hun sigaren, hun biertjes en dineetjes, hun vrouwen en kinderen, al hun rijkdom, él hun plezier. Ze brengen er het belangrijkste, het meest intense van hun bestaan. Sommigen moeten erg veel moeite doen, moeten vragen, aandringen, lastig zijn, flikflooien, grijnslachen, schreeuwen, druk doen, zich opwinden, maar anderen staan er, zonder gebaar, met een

Sluiten