is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

DE NIEUWE TIJD (1858—HEDEN).

waar het door tractaat wordt verkregen, ook slechts door

tractaat kan worden verloren. Hoe gaat nu de sluiting dier

„afschaffings-tractaten" in zijn werk?

Van de opendeur-landen der jongere groep kan daarbij

, worden afgezien. Zij hebben, afgezien van de Sanioa-eilanden,

althans tot het uitbreken van den grooten oorlog van 1914,

nog steeds hun eigenaardig karakter behouden; wat er bij

de vredesonderhandelingen van hen zal worden gemaakt,

is nog geheel onzeker. Wij mogen ons dus bepalen tot de

landen der oudere groep.

Welke regeering Opgemerkt is, dat deze steeds waren onafhankelijke landen

de „bevrijdende" van niet-westeuropeesche beschaving, waarvan het eigen

verdragen s ait, g^atsgezag de verdragen sloot, welke hen tot opendeurhangt af van het a ° ° '

later lot der landen maakte. Door wijziging in den internationaalrechteopendenr-landen. lijken toestand van het betreffende land is het echter niet steeds die eigen zelfstandige regeering, welke moeite doet de tractaten tot stand te brengen, die het land de bevoegdheid hergeven om desgewenscht de opendeur weder te sluiten en een einde te maken aan den bijzonderen rechtstoestand, waarin de vreemdelingen verkeeren. Welke regeering daartoe geroepen wordt, hangt af van het latere lot dezer opendeurlanden. De ondervinding leert, dat dit lot een van drieën is: 1°. Een opendeur-land wordt kolonie of protectoraat van een westerschen staat, die gaarne zou zien dat het zijn

karakter van opendeur-land verloor, teneinde het gemakkelijker tot een afzetgebied der eigen industrie te maken, en er tevens gaarne zelf het volle gezag over de vreemdelingen zou willen uitoefenen. Zoo is het b.v. gegaan met Algiers, Tunis en Marokko, die koloniën, resp. protectoraten van Frankrijk werden *).

2°. Gedeelten van opendéur-landen raken los en worden zelfstandige staten, die in het belang hunner eigen ont-

1) Zie voor Tunis 1884 8. 213 en 1897 S. 264 ; voor Marokko 1918 S. 172.