is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der Duitsche taal : ten dienste van handelscursussen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

60.

Pommeren = Pommern.

de teelt = die Zucht.

het recht = das Recht.

de consul = der Konsul.

gaarne = gern.

maatregelen hemen = Maflregeln ergreifen.

aardig = hübsch.

het gebied = das Gebiet.

de handelswetenschap = die Handels wissenschaft.

verwerven, verwierf, verworven == erwerben, erwarb, erworben.

de eeuw = das Jahrhundert.

bloeien = blühen.

hierbij = anbei.

de handteekening m die Un-

terschrift. voorzien van = veraehen mit. evenveel als = ebensoviel wie. anders = sonst. het spoor = die Eisenbahn. wel is waar = zwar. hooger = höher. eerder = eher. het bezit = der Besitz.

64.

staan = stehen, stand, gestanden.

Zweedsch = schwedisch. de vloer = der Fufiboden. tusschen = zwischen. De prijs is hoog = Der Preis

ist hoch. een hooge prijs = ein hoher1)

Preis.

een winst uitkeeren = eine Dividende ausschütten

de plant = die Pflanze. maken, vervaardigen = herstellen,jaarlijksch = j&hrlich. het duizendtal = das Tausend. overzeesch = überseeisch. het m agazijn=das Warenlager. het genoegen=das Vergnügen.

65.

de big m das Ferkel. de toestand = der Zustand, vrachtvrij == frachtfrei. bescheiden = bescheiden, verscheidene m mehrere.

het eigendom = das Eigent um. vervoeren = befördern. deponeeren = deponieren, hinterlegen,het verkeer = der Verkehr.

!) Als hoch een e krggt, verdwjjnt de c.