is toegevoegd aan uw favorieten.

Plantkunde voor land- en tuinbouwwinterscholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

§ 21. Waaruit het planten voedsel bestaat

De stoffen, welke de plant in zich opneemt om haar lichaamsgewicht te vergrooten, kunnen wij hare voedingsstoffen noemen.

Van de vroeger opgenoemde elementen, welke gewoonlijk in de plant voorkomen, behooren de volgende tot de echte voedingsstoffen: koolstof, waterstof, zuurstof, stikstof, zwavel, phosphor, chloor (f), kalium, calcium, magnesium en ijzer of C-H-O-N-S-P-Cl-K-Ca-Mg en Fe.

Toch heeft het silicium, voor sommige planten eene zekere waarde; b.v. bij de gramineeèn werkt het celstofbesparend.

Ook natrium kan nuttig zijn, want aan dit metaal gebonden kunnen Jtf- of Cl- of P- worden opgenomen. Als voorbeeld moge NaNOs (Chih'salpeter) gelden.

De onontbeerlijkheid van C-H-0 en N" spreekt eigenlijk van zelf, want C - H en O maken deel uit van alle organische stoffen, terwijl eiwit, amiden en andere N-houdende stoffen bovendien stikstof bezitten.

Dat de overige zeven elementen noodzakelijk zijn, is bewezen door de zandculturen, maar vooral door de waterculturen.

Waterculturen kweekt zamen als volgt:

Men laat zden ontkiemen op nat zand of zaagsel.

Als het kiemplantje eenige cM. lang is, zet men het met watten in een kurk vast en hangt het worteltje in gedestilleerd water, waarin men het te onderzoeken plantenvoedsel heeft opgelost.

Het verdampende water wordt van tijd tot tijd aangevuld en zoo noódig de oplossing vernieuwd. Dagelijks wordt er lucht door de oplossing gezogen of geperst.

Eene geëigende normaalvoedingsoplossing is :

1.00 Gram calciumnitraat. 0.25 „ chloorkalium. 0.25 „ magnesiumsulfaat. 0.25 „ kahumphosphaat. Een spoor ijzerphosphaat.

1.75 Gram op 1000 Gram (= 1 L.) water = 0.175 %.