is toegevoegd aan uw favorieten.

Plantkunde voor land- en tuinbouwwinterscholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

§ 28. De factoren van den wasdom

Van groot gewicht voor den groei der planten zijn zekere uitwendige omstandigheden, omdat zij een gunstigen of ongunstigen invloed op den plantengroei uitoefenen. Men noemt ze wasdomsfactoren. Het zijn :

1°. De temperatuur. Deze beheerscht den groei van alle planten en plantendeelen op overeenkomstige wijze. Zoowel wanneer het te koud als wanneer het te heet is, houdt het groeien, waaronder ook het ontkiemen valt, op.

Men noemt deze nauwkeurig vastgestelde grenzen de temperatuur grenzen van den groei en onderscheidt een minimum-, maximum- en daartusschen een optimum-temperatuur van den groei. Bij de laatste is de lengtegroei het snelst.

Toch is de optimum-temperatuur niet de meest geschikte, omdat de groei er abnormaal door wordt. Terwijl b.v. bij eene constante temperatuur van ± 10° Celsius het graan wel langzaam wast, doch normaal sterke wortels, krachtige dikke halmen en breede bladeren vormt, worden bij hoogere temperaturen alle deelen langer en dunner.

De temperatuurgrenzen' van den groei mag men niet verwarren met de temperatuurgrenzen van het leven. Deze voor het protoplasma doodelijke temperaturen liggen belangrijk lager en hooger dan minimum- en maximum -groeitemperatuur.

2°. Het licht. Dit oefent een zeer verschillenden invloed op den plantengroei uit. Kiemende zaden en onderaardsche deelen, ondervinden zijnen invloed niet, wanneer de temperatuur gunstig is. Bloemen en vruchten kleuren niet of minder sterk bij gebrek aan hcht.

In opvallende wijze zijn echter de groene plantendeelen afhankelijk van het hcht.

Eerstens oefent het invloed uit op de groeisnelheid en wel zoodanig, dat het licht vertragend en de duisternis versnellend op den lentegroei werkt onder overigens gelijke omstandigheden.

Hieruit laat zich de dagelijksche periode van de groeisnelheid verklaren.

Men heeft nl. opgemerkt (o. a. aan gras en graan), dat de groei bij dag meer en meer afneemt om tegen den avond zijn