Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

Rudolf I en Ottokarll van Eohemen.

Adolf van

Nassau

1292—1298.

Albrecht I van

Habsburg 1298—1308.

Hendrik VII v. Luxemburg 1308—1318.

Op de koningskroon had ook gehoopt Ottokar II van Bohemen, die echter geen kans heeft gehad èn van wege zijne macht èn omdat hij een Slaaf was; hij weigerde Rudolf te erkennen, indien deze hem niet bevestigde in het bezit o. a. van Oostenrijk, Stiermarken en Krain, die hij eenige jaren te voren met list en geweld had vermeesterd. Rudolf weigerde, en zoo ontbrandde de strijd, die beslist werd op het Marchfeld in 1278. Rudolf overwon ; Ottokar sneuvelde ; de vorming van een groot Slavisch Rijk was verhinderd. Bohemen en Moravië bleven aan den zoon van Ottokar, maar Oostenrijk, Stiermarken en Krain kwamen aan Rudolfs zoons. Zoo vestigde zich dus het Habsburgsche Huis — voortaan ook wel Oostenrijksehe Huis genoemd —■ in Oostenrijk en in enkele Alpenlanden.

Niet alleen bij Rudolf, ook bij de volgende koningen van Duitschland komt het streven voor naar vergrooting van hunne „huismacht"; immers, alleen ais zij als landsheeren in macht boven de andere vorsten uitstaken, konden zij hun gezag als koning (keizer) doen gelden. Maar omgekeerd wilden de vorsten in het Duitsehe Rijk hunne zelfstandigheid handhaven, en, thans bevreesd voor de plotselinge uitbreiding van de macht van 't Habsburgsche Huis, kozen zij na Rudolfs dood (1291) niet diens zoon, maar een onbeteekenden graaf (Adolf van Nassau) tot koning. Spoedig kwam ieze — ook door zijn streven naar machtsvergrooting — op gespannen voet met de keurvorsten, die Adolf afzetten en Albrecht, zoon van Rudolf, tot koning benoemden. In den beslissenden slag (bij GöHheim in 1298) tusschen Albrecht en Adolf sneuvelde de laatste.

Nu was Albrecht dus koning van het Duitsehe Rijk (1298— 1308). Ook hij trachtte zjjne erflanden uit te breiden, eerst door annexatie van Holland en Zeeland (waar het Hollandsche Huis was uitgestorven), daarna van Thüringen, vervolgens van Bohemen, maar in dat alles werd hij teleurgesteld. Albrecht werd in 1308 vermoord door een bloedverwant.

Wederom werd geen Habsburger gekozen ; de keuze viel andermaal op den vorst van een klein landje, n.1. Hendrik VII van Luxemburg. Hij bracht Bohemen en Moravië aanzijn huis: zijn zoon Johan huwde nl. met eene afstammelinge van Ottokar H

Sluiten