is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der algemeene geschiedenis ten dienste van hoogere burgerscholen, gymnasia en candidaat-hoofdonderwijzers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

hooren. En toen deze den twintigjarigen jongen man ontmoet had, schreef, hij : „Die jongen maakt mijn hart warm; er zit het beste timmerhout uit Europa in, om een admiraal, generaal, minister, kanselier, paus, alles wat ge wilt, van te maken". Maar de verzoening was niet van langen duur ; de jonge Mirabeau maakte groote schulden, en meer dan eens werd hij door middel van een lettre de cachet gevangen gezet. Zoo heeft luj drie jaar lang moeten vertoeven in de gevangenis, te Vincennes, doch de afzondering kwam in sterko mate ten goede aan zijne geestelijke ontwikkeling, die hij trouwens nooit verwaarloosd had. Wel twintig van de vier-en-twintig uur besteedde hij toen aan lezen en schrijven. Nadat hjj weer in vrijheid gesteld was, begon hij processen over 't geen hem was aangedaan, en de strijd, dien hij toen voor de rechtbank voerde, deed de oogen van geheel Frankrijk op hem richten; in zijn zaak toch maakte hij zich tot tolk van allen, die een afkeer hadden of den druk gevoelden van de willekeur, die in het land heerschte, en dat met eene welsprekendheid, die iedereen meesleepte. Moest zelfs zijn vader niet getuigen : „Het is zonde en jammer, dat niet allen hem hebben gehoord, want zoo verschrikkelijk heeft hij gesproken, zoo gehuild en gebruld, dat de manen van den leeuw wit waren van de vlokken schuim én dropen van het zweet 1" -Zoo stond hij daar als de aanklager van de oude maatschappij, en sedert dat oogenblik is hfl in woord en geschrift de bestaande toeptanden blijven brandmerken.

Dat zoo'n persoon een man van beteekenis in de Etats-Généraux moest worden, ligt voor de hand. Niet alleen was Mirabeau er de meest begaafde redenaar, niet alleen stak hij in kennis boven zijne medeleden uit, hij was bovendien een praktisch staatsman. „Onwillekeurig dwaalden, als belangrijke kwesties aan de orde kwamen, de oogen naar zijn plaats en richtten zich op hem, als om zijn advies te vragen. Dan stond hij op en besteeg het spreekgestoelte. In den aanvang was zijn woord log, onbeholpen. Maar langzamerhand kwam er leven en bezieling, de gestalte verhief zich, het groote Simsonshoofd werd achterover geworpen, de gebiedende geste steunde het vorstelijk woord en een stroom van korte en gespierde zinnen boeide de aandacht. Naarmate het vuur zijner rede zich verhief, werd de betoogtrant strenger logisch. Verpletterend kort, snijdend was zijn repliek, die zeloten lust tot antwoorden overliet". Het doel, dat hem van den aanvang af duidelijk voor oogen stond, was, „het koningschap te verzoenen met de volkssoevereiniteit" ; vandaar, dat hij aanvankelijk de groote kampioen was voor de constitutie, de geduchte bestrijder van de absolute macht (vgl. blz. 96), doch later ook voor de rechten van den koning in de bres sprong. „Wilt gij", zoo voerde hij zijn' tegenstanders tegemoet, „wilt gij, omdat het koninklijk