is toegevoegd aan je favorieten.

Ik kan huishouden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT MOET DE HUISVROUW VAN DE GEZONDHEIDSLEER WETEN.

291

aan de tanden verhinderen of die oplossen, wordt vooral dat van Dr. Friederich aanbevolen. Het waterstofsuperóxyde (Perhydrol) is het beste en tegelijk het onschadelijkste middel, om een onwelriekende adem tegen te gaan, voor zoover die het gevolg is van slechte tanden. De dure mondwaters eau de Pierol, eau de Botot, éhxir dentrifice des Bénedictins enz., zijn slechts oplossingen van vluchtige ohën en spiritus en hebben daarom slechts schoonheid verhoogende, doch geene hygiënische waarde. Bij de geringste tandpijn moet men den tandarts raadplegen ; slechts door een vroegtijdig ontdekken van kleine gebreken aan de tanden en een doelmatige behandeling kunnen de tanden voor verval worden bewaard. Ieder die de noodige waarde hecht aan het behoud van zijn gebit moet het door den tandarts laten nazien. Ontbrekende tanden moet men, om storingen in de vertering te voorkomen, door valsche vervangen. Kunstgebitten moet men zeer rein houden, want door onzindelijkheid kunnen zij een gevaar in den mond worden. Na eiken maaltijd moeten zij grondig gereinigd en 's nachts in water met wat alcohol bewaard worden. Men moet niet alleen des morgens den mond spoelen en gorgelen, doch na eiken maaltijd en bovendien is het noodzakelijk dit te doen des avonds Voor het naar bed gaan. Het best is hiervoor een glas warm water , te nemen, waarin men op de punt van een mes wat keukenzout heeft gedaan. Stof, sigarenrook en ahe verdere onreinheden, die zich in den loop van den dag in den mond hebben vastgezet, moeten voor men slapen gaat, verwijderd worden, om te voorkomen, dat zij zich door het ademhalen gedurende den nacht in de longen vastzetten.

Het harden van het lichaam.

De verzorging der huid en van de haar verwante organen is tot hiertoe beschouwd uit een oogpunt van zindelijkheid en tot op zekere hoogte ook van de ijdelheid. Van een anderen kant bezien is de verzorging van de huid, zoowel als die voor het geheele hchaam van even zoo groote beteekenis. Het gewichtigste hoofdstuk in de geschiedenis der gezondheidsleer is dat der lichaamsverzorging met betrekking tot het harden of bet vergrooten van het weerstandsvermogen van het organisme tegen ziekten van aherlei aard.

Het Baden.

Hier komt het baden het eerst in aanmerking. Baden van ahe soort bedoelen niet aheen een verzorging van de huid, of een oogenbhkkehjke verkwikking, maar zij harden te gelijk het hchaam en geven het een grooter weerstandsvermogen tegen allerlei ziekteaanvallen. Het zijn de koude baden vooral, die, in vereeniging met de gezonde beweging van het zwemmen, het hchaam bijzonder verfrisschen en versterken. De huid er aan te gewennen, dat zij zich gemakkelijk aanpast aan een verschil in temperatuur van verscheidene graden, is de beste beschutting tegen ahe verkoudheden, katarrhen, rheumatiek en dergelijke kwalen, die ons hchaam gedeeltelijk voorbijgaand plagen, doch ook soms den grondslag vormen van chronische ziekten en*wel vooral van de longtering. Natuurlijk moet hier gewaarschuwd worden voor het ,,te veel" als ook voor ahe overdrijving. Van het allergrootste belang is de vermaning, dat ihen bij het koude baden zich nooit in verhitten toestand in het koude water begeeft. De plotsehnge afkoeling kan een samentrekking van de bloedvaten der huid ten gevolge hebben. Daardoor wordt het bloed snel en in groote hoeveelheid naar het middelpunt (het hart) gedrongen en die plotselinge overlading van het hart heeft reeds menige doodelijke hartverlamming ten gevolge gehad. Men moet dus vooral den knrderen op het hart drukken, dat zij zich na het ontkleeden eerst nog eenige minuten afkoelen. Men moet geen bad nemen in stroomen of riviertjes, waarvan het water verontreinigd is door het afvalwater van fabrieken en vooral van chemische fabrieken, omdat men gevaar zou loopen daardoor vergiftigd te worden.