is toegevoegd aan uw favorieten.

De Oost-Indische compagnie als zeemogendheid in Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

260 DE GOUVERNEUR-GENERAAL ANTONIO VAN DIEMEN. 1637

tan-laoet van Ternate, die namens den sultan kwam verzoeken, het land niet verder te verwoesten. Van Diemen stemde hierin toe en besloot den 16n April het fort Lisiela te laten slechten, maar een nagelaanplant, die daar was, te laten staan. De kapitan-laoet riep de Séransche hoofden naar Loehoe op.

Op een bericht, dat, ondanks het machtsvertoon voor Makasar, vandaar vaartuigen naar de specerij-eilanden vertrokken waren, was den 14n April Jacob Jansz Patacka met 8 jachten en kleinere schepen uitgezonden om langs Kombello, Manipa en Kélang te kruisen. Dit eskadertje kwam den 1 ln Mei te Ambon terug en had eenige vaartuigen genomen en verbrand. Patacka was ziek geworden en den 10n overleden; zijn lijk werd te Ambon begraven.

Het kostte veel moeite om het volk van Hitoe, door overreding en bedreiging, zonder geweld tot rede te brengen. Terwijl de vloot nog voor Loehoe lag, werd Roeloffsz met de Bredam naar Hitoe gezonden om over land naar Ambon te gaan en de in 1634 gevangen • gezette kapitan-Hitoe Kakiali en het hoofd van Wakal, Tamalisi, met 100 soldaten naar het fort op de Noordkust van Hitoe te brengen, waar de gouverneur-generaal, den 25n met de vloot ankerde. Tamalisi werd nu losgelaten, wat tot gevolg had, dat den 3n Mei eenig volk afkwam en ook de loslating van Kakiali vroeg. Van Diemen beloofde dit te doen, nadat de hoofden den landdag in Victoria op den 5n Mei zouden hebben bijgewoond. Daarop ging hij per kora-kora naar Ambon, gevolgd door de schepen, behalve de Leijden en Buren, die voor Hitoe bleven liggen.

De landdag had plaats, maar den 18n Mei was er nog niemand van Hitoe gekomen; het volk bleef het ontslaan van Kakiali eischen. Van Diemen nam zich voor, in het volgende jaar met geweld tegen Hitoe op te treden, maar indien hij Kakiali nu loshet en het volk dan niet gehoorzaamde, zou dit weinig verschil maken. Hij beproefde dus zachtheid, het den 20n Kakiali in vrijheid stellen, en waarlijk kwam deze den 30n met de hoofden van 30 negri's van Hitoe in Victoria.

Het scheen goede staatkunde, om Kakiali nu ook weer tot kapitein van Hitoe aan te stellen, terwijl de man, die hem sedert 1634 vervangen had, den titel van orang-kaja-toewah van Hitoemising verkreeg.

De kapitan-laoet van Ternate was met de hoofden van Loehoe en omstreken in Victoria verschenen, maar die van Kombello, Lis-