Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

470

BIBLIOTHEEK VAN „WOORD EN BEELD'

dat hij daaruit een gevangene bevrijdde. Maar gij... gij hebt misschien wel een toovermiddel ?"

„Gij raadt het," zeide met fijnen glimlach de alchimist, „ga slechts mee."

De makelaar was naar zijn vriend Pruystinck gegaan, omdat hij zichzelf en zijne ontroering niet vertrouwde. Nog eenige oogenblikken en hij zou haar zien... nog eenige oogenblikken en zij, Heiwig, zou in hem, den vriend harer jonge jaren, haren bevrijder begroeten... zij zou vrij zijn, vrij in eiken zin... Neen, het was beter, dat de aanwezigheid van een vreemde hem tot kalmte dwong, — hoe klopte reeds nü in hem dit hart onrustig!...

Zelfs Eloy Pruystinck werd stil, toen hij binnen de muren van het Steen de stilte dezer gevahgenis beluisterde. Slechts het geluid van de voetstappen der hellebaardiers op de binnenplaats en de langzame tred van den Steenbewaarder, die door den portier gewaarschuwd was, weerklonk hier. Met bevreemding zag hij de twee burgers aan, die hij kende, doch niet hier verwachtte. En met nog grooter bevreemding las hij het bevelschrift, door Meester Van der Hulst geteekend, tot dadelijke losmaking van vrouwe Heiwig van den Eycke, Luteyn de naam harer jeugd... '

„Ik heb dit stuk den Burgemeester getoond," zeide de makelaar, dié' het gelaat 'van den Steenbewaarder bestudeerde, „de Burgemeester weet dat ik hierheen ben gegaan..."

„Wil een oogenblik wachten, Sinjeur Kurz," zeide de Steenbewaarder. „Ik twijfel niet... dit stuk is zoo echt als het maar zijn kan... Slechts begrijp ik niet... och wat, het begrijpen staat aan mij niet," viel hij zichzelven in de rede. „Lastige gevangenen zijn deze lieden niet, wat dat betreft mag ik nooit andere hebben."

„Meester Pruystinck," zeide de makelaar, toen zij een oogenblik tezamen waren, „ik moet u iets vertellen... Gij zult den naam alreeds hebben gehoord, want zóó zacht las onze vriend hier niet... gij weet dat de vrouw, die ik met mijn toovermiddel bevrijd... de vrouw van den gestorven gaardenier is... Het leven is een wonderlijke vertooning, Meester Loy! In twintig jaren hebben wij elkander niet gezien, zij en ik... voor twintig jaren was zij mij liever dan het liefste in de wereld, en na twintig jaren ervaar ik dat de liefde nooit sterft... Wij zullen elkander

Sluiten