Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

480

BIBLIOTHEEK VAN „WOORD EN BEELD".

Verraad was met verraad betaald. Mr. Van der Hulst was een trouwelooze, maar wat was hij zélf?

Hij stond op om heen te gaan;" hier had hij niets meer te doen; het verloren spel werd niet weer opgevat. Zoo het althans daarbij blééf, en niet de beleediging, den Raadsheer door een Vaandrig aangedaan, op den minsten der twee gewroken werd! Vergat de machtige ooit wie hem tegenstond?

Nu, dat ware dan zoo. Het leven was nu tóch niet meer dan ondergang, een zoeken naar den dood, die over alles den sluier der verzoening legt. Door zijnen vader vervloekt, door zijne moeder betreurd, door Elizabeth vergeten, stond hij nu voor zichzelf. Antwerpen scheen hem uit te werpen; weldra zou hij zijne vaderstad voor goed verlaten, en in de legers des Keizers een plaats zoeken, onverschillig welke. De dag zou komen, waarop hij zich in den gedroomden heldenslag van zijne jeugd ten dood wijden kon... Dat zou het einde zijn; nederlaag hier, overwinning ginds. Nederlaag, maar hier te leven; overwinning, en daarin te sterven... was voor een jong krijgsman de keuze wel zoo moeilijk?

Toch wrokte het in hem; toch gevoelde hij nog pijnlijk-scherp de vernedering, hem door den Kettermeester aangedaan, toen hij uit de hoogte sprak over de onmogelijkheid, dat de -zoon van een gevangen ketter de bruidegom zou kunnen zijn van de cousine des inquisiteurs.

Maar wat dwaasheid was eigenlijk dit alles? Was hij niet jong? Lag niet een leven nog voor hem open, en lokten niet vele beminnelijke maagdekens met oog en mond? Waren er niet vrouwen als Heiwig ? Waartoe dit tobben alsof op dezen oogenblik alle levensvreugde gestorven waar?

Hij glimlachte als een die een besluit genomen heeft en liep nu langzaam nog eenmaal de donkere'huizinge van den Raadsheer voorbij. Niet langer zou hij hier staan als een schooier, terwijl hij daarbinnen — ongetwijfeld — aan het wildbraad zat met zijn vrome vrienden, en dé beker rondging... Ook voor hem, ook voor hem was er nog vreugde des levens. Zoo allen hem verlieten, hij had zichzelven nog, en voor zichzelven leefde hij ten slotte...

Het begon te druppelen, maar hij bemerkte het niet; terwijl

Sluiten