Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

494

BIBLIOTHEEK VAN „WOORD EN BEELD"

Gorkum voor hem medegebracht had, de tijding behelsde dat Monsieur van der Hulst het kostbaar miniatuur aan zijne cousine had weggeschonken? Over de beteekenis daarvan had hij zich moêgepeinsd. Waarom deed Van der Hulst afstand van een kleinood, dat hij zelf had laten maken, een kleinood niet aireen omdat het van een beroemden schilder gepenseeld was, maar omdat het de beeltenis was der vrouw aan wie de ongenaakbare en oogenschijnlijk koude inquisiteur zijne belangstelling, zoo niet méér geschonken had? Beteekende het weggeven ervan een afstand doen van Heiwig, of was het een gril? Een-list misschien om anderen op een dwaalspoor te leiden?

Hij had aan het laatste geloofd, en het had zijne waakzaamheid over Helwig's veiligheid in Antwerpen nog verscherpt. Waarlijk, de inquisiteur zou hem nóg te behendig geweest zijn, indien niet de briefkens van vroeger... Meester Kurz glimlachte als hij er aan dacht hoe de slimme vogel in zijn eigen netten gevangen 'was! Zaak bleek het voorzichtig te zijn en uit te zien; men kon nooit zeker zijn dat een man als Van der Hulst voor goed zou opgeven wat hij eenmaal in handen had gehad ...

Maar hoe .kwam, wat Elizabeth Volchoorn's eigendom was geweest, nu in handen van een deerne als waarvan de vaandrig verhaald had? Een oogenblik had hij er over gedacht, of Willem Wallestin hem misschien mislèidde, maar deze onderstelling had hij aanstonds laten varen, toen de jonkman in enkele simpele woorden gewaagde van het grievend ieed dat Van der Hulst hem had aangedaan. Toen had hij ook, wat hij aanvankelijk had willen verzwijgen, gezegd: hoe mogelijk de vondst van dit kleinood hen den weg zou wijzen naar Elizabeth zelve ... en op zijn beurt had Willem Wallestin met verbazing geluisterd naar Meester Kurz' verhaal over den brief van Jonker Tomas...

„Ik moét naar Antwerpen terug, Meester Kurz," had hij gezegd. „Ik moét, ik wil..."

„Ja natuurlijk wilt gij dat," zeide kalm de makelaar, „maar ik ben hier uw doktoor, en gebied u rust, mijn jonge vriend. Ik ook heb haast om naar Antwerpen terug te keeren; ik heb er misschien nog gewichtiger dingen te doen dan gij, en wat gij er doen wilt, ~« mij dunkt, dat kan ik ook, en misschien beter... Ja beter: omdat

Sluiten