is toegevoegd aan uw favorieten.

Boccaccio's Decamerone

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JALOERSCHE TOFANO EN DE SLUWE GHITA

99

lange nachten niet aldoor slapen kon en zoo slecht alleen wakker kon liggen.

Al haar smeeken hielp niets, want de bruut had het er op gezet dat alle inwoners weten zouden van haar schande, die nu niemand vermoedde.

De vrouw, merkende dat smeeken niet hielp, begon nu te dreigen en zei:

— Als je mij niet open doet, dan zal ik je tot den ellendigsten man maken die er leeft.

— En wat kun je me dan doen? vroeg Tofano. Waarop de vrouw, wier vernuft Amor met zijn inblazing scherp geslepen had, antwoordde:

— Eer dat ik de schande verdroeg, die je mij onver," diend wilt aandoen, zal ik me liever hier dichtbij in den, put gooien, en als ik daar dan in gevonden word, zal iedereen denken, dat jij, dronken en wel, er me in gegooid hebt. Dan zul je óf moeten vluchten, alles achterlaten wat je hebt en in ballingschap blijven, óf je zult je moeten getroosten dat ze je 't hoofd afslaan, als mijn moordenaar, wat je dan ook werkelijk zult zijn.

Maar Tofano was door die woorden niet van zijn dwaze opvatting af te brengen, en dat deed de vrouw zeggen:

— Goed dan, ik kan dat gesar van je niet langer verdragen: God moge het je vergeven; hier leg ik mijn* spinrokken neer, dat kun je op zijn plaats brengen....

Na deze woorden verdween ze in de haast ondoorzichtbare duisternis, ging naar den put, nam een grooten steen die daar lag en wierp dien met den uitroep: „God vergeve 't mei" in het water.

Toen Tofano het zware geluid hoorde van den plonzenden steen, geloofde hij stellig dat zij in het water gesprongen was, greep touw en emmer om haar te helpen en snelde het huis uit naar den put toe.

De vrouw, die zich dichtbij de huisdeur verscholen had, sloop, zoodra zij hem daarheen zag loopen, in huis, sloot. de deur achter ; zich, ging voor het venster staan en zeide: