is toegevoegd aan uw favorieten.

Het drama en het tooneel in hun ontwikkeling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET TOONEEL Dl GRIEKENLAND

77

De dans van het koor was een rondedans; de plaats voor het koor was dus rond, althans rondend1). Om die ronde of althans rondende plaats zat het schouwend en luisterend publiek, en om dit in staat te stellen te zien, koos men als plaats voor het theater de glooiing van een heuvel- of bergstreek, die gemakkelijk veroorloofde het pubhek op oploopende rijen te plaatsen: aanvankelijk staande, (zoowel ia. de schouwburgen van Shakespeare's tijd, als in den genoemden Amsterdamschen van 1637 moest een deel van het publiek nog staan); later op houten banken: eindelijk op steenen banken.

De ruimte voor het pubhek is echter nooit grooter geweest dan een goede half cirkel. En daaruit moet de noodzakelijke gevolgtrekking worden afgeleid, dat de straks genoemde sprekers-spelers zich niet in het midden van de koorruimte ophielden, doch voor hen, reeds onmiddellijk, de ruimte buiten dien half cirkel bestemd was. Het publiek moest hen kunnen zien, en niet in den rug; het moest hen ook goed kunnen verstaan. En ditzelfde gold voor de koor-aanvoerders, tot wie zij zich herhaaldelijk richtten en die zich tot hen wendden.

Deze opmerking geeft dus aanleiding tot het aannemen der hieronder aangeduide situatie:

De sprekende personen hielden zich op, ongeveer op de raaklijn aan den buitenrand van den koorcirkel. Dit koor stond tijdens de handeling geschaard binnen den cirkel, vermoedelijk naar den kant van de raaklijn tot aan het begin van de toeschouwersruimte. De fluitspeler kan dan op de thymele, in het midden van den koorcirkel, gestaan hebben (Afb. 2).

Om in die groote open ruimte duidelijk ver-

1) Te Thorikos. in Klein-Aziü, langwerpig, met twee ronde hoeken zie afb. 3.