is toegevoegd aan uw favorieten.

Op zoek naar 't geluk in Argentinië en Paraguay

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun verhalen, dat ze reeds heel wat op hun kerfstok hadden, dat ook het malsche vleesch, dat zoo heerlijk smaakte, van een gestolen kalf kwam.

Ongevraagd gaf men mij later een oude zadeldeken, waarin ik mij wikkelde en spoedig insliep. Maar reeds voor de dageraad gloorde, werd ik door een onzachte aanraking van een voet gewekt. Het bleek echter verder niet kwaad bedoeld te zijn, want de bruine drommel, die bij den voet behoorde, bukte zich over mij en vroeg, of ik geen maté wilde drinken.

„Como no," antwoordde ik, „con mucho gusto," en slurpte den heeten drank met welbehagen, want de ochtend was koel en de tocht van den vorigen dag had mij dorstig gemaakt Nadat ik vervolgens nog een stuk koud gebraden vleesch had verorberd, nam ik afscheid, men wenschte mij „bon viaje," en ik stapte er weer lustig op los, de estancia tegemoet

De streek bleef heuvelachtig, nu en dan spaarzaam beboscht of met alleen staande dorenstruiken bezaaid. Af en toe liep ik door zeer romantische dalen, met groote, bijna uitgedroogde lagunen in het midden. Deze lagunen hadden steeds een witte afscheiding aan de randen, die van verre als sneeuw uitzag en dikwijls breede vlakten bedekte. Dat was salpeter, het water smaakte zout en was ongenietbaar voor menschen en vee. Niet eens riet of een andere waterplant was aan den rand van deze lagunen te vinden, want de bijtende salpeter liet iets dergelijks niet groeien. Martinettas en perdices streken wel nu en dan voor mij af, ook struisvogels kreeg ik eens van verre te zien, overigens echter bleef de steppe dood, morsdood.

Tegen den avond bereikte ik eindelijk doodmoe de estancia. De Duitsche mayordomo — de eigenaar zelf woonde in Buenos Aires — was juist aan het eten en daarom moest ik geruimen tijd wachten, eer ik toegelaten werd. Veel belangstelling scheen hij inderdaad niet te hebben voor zijn pas aangekomen landgenoot; hij zeide mij, dat ik moest vragen, waar de hoefsmid woonde, daar zou nog plaats genoeg voor mij zijn; daarna ging hij weer naar zijn kamer en het onderhoud was afgeloopen.

Eenige peons wezen mij de armzalige, uit leem gebouwde rancho, waarin de smid moest wonen. Ramen had ze in het geheel niet, slechts een rond kijkgat dat met een zak was dichtgestopt; daarentegen was de deur nog tamelijk goed, ze viel tenminste niet om, toen ik binnentrad.

De smid ontving mij kameraadschappelijk, zeker blij, dat hij weer eens een lijdensgenoot bij zich had, tegen wien hij naar hartelust op zijn meerderen kon schelden. Ook hij had hier reeds zeer aangename ervaringen opgedaan en was verder volstrekt niet verrast, toen ik hem mijn laatste avonturen vertelde.

„Wij moesten allen een pak slaag hebben, dat wij altijd maar weer bij Duitschers werk zoeken," zeide hij. „Ik heb al veel rondgezworven en ik verzeker u, dat men door Engelschen, Noord-Amerikanen en Argentijnen veel beter behandeld wordt dan door onze landslieden, die den commandotoon maar niet kunnen laten en ons uitbuiten, waar het maar kan."

Toen ik hem gelijk gaf, scheen hij zeer tevreden en had ook reeds het vertrouwelijke „jij" gevonden.

„Heb je verder geen bagage," vroeg hij mij, „hoe wil je dan den nacht doorbrengen?"

„Ochjé," antwoordde ik. „Daaraan heb ik nog niet gedacht; krijgt men hier dan geen catre of iets dergelijks vooreen bed geleverd?"

„Kan je begrijpen, die zullen je nog een bed ook geven, nou, zoo gek zijn ze

75