Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

485

Een geest van liefde moet volgens de Constitutiën de leden der Congregatie kenmerken, gelijk ook de Zaligmaker van zijne leerlingen zegt, dat zij daaraan te erkennen zijn. Ware broederlijke liefde moet er onderling heerschen, in de Oversten wordt ware vaderlijke liefde vereischt. Ook van deze deugd heeft onze Algemeene Overste een leerrijk voorbeeld gegeven, des te moeilijker naarmate hij met meer verschillende personen en karakters te handelen had. Voor allen was hij een goede vader, altijd genaakbaar, vriendelijk voorkomend, weldadig, en die ook in berispingen en straffen zich daarin gelijk bleef. Zeker, hij was mensch. er vielen wel eens harde woorden, harder dan verdiend was; maar zijn vaderhart wist de geslagen wonde weer te zalven met woorden van liefde en bemoediging, waaruit dikwijls de stille spijt nog doorbrak van die wonde te hebben geslagen.

„Ik beminde hem, zei mij een onzer, ik beminde hem, ofschoon hij mij meermaals onder handen nam; want hij was waarlijk een vader. Ik zei hem eens, toen ik weer coram moest komen : Pater Superior, ü roept me zoo dikwijls!" Vriendelijk let hij zijne hand op mijn schouder, zeggende: „Niets, mijn beste! Dat doe ik, wijl ik belang in u stel."' Ik kan niet zeggen, hoe goed me dat deed."

„Als Novice, verhaalt een ander, heb ik tweemaal van hem eene opmerking gehad. Dit deed hij op zoo liefderijke, gemeenzame wijze, dat ik bekoring kreeg, hem nog meer gelegenheid tot opmerkingen te géven. Maar de vrees van hem te bedroeven hield mij tegen."

Als hij op zijne kamer was, kon iedereen hem komen spreken, onverschillig of hij de jongste of de oudste was van 't huis. Maar' was er al iemand bij hem, dan moest een laterkomende maar geduldig wachten ; want in den regel gaf hij eiken bezoeker volop tijd om uit te praten, en gaf dan nog een behoorlijk lang antwoord. „Eens stonden er eenige oudere Fraters aan zijn deur te wachten. Toen kwam daar nog zijn Vicarius, Pater Leijten die een tamelijke dringende boodschap scheen te hebben. Hij klopte aan en trad binnen, maar P. Superior verzocht hem, even geduld te hebben totdat hij met den Novice had afgewerkt. Bedaard hoorde hij deze nog een tien minuten aan, om daarna met dezelfde kalmte de beurt aan zijn Vicarius te geven."

„Vooral zij, die voor de eerste maal, of maar zelden, of van verre hem

Sluiten