Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

498

er, even zeer als door haar drukken winkel, door haar milde aalmoezen bekend. Haar gebuur, eerst een welgesteld burger en handelsman, was door aanhoudenden tegenspoed met zijn huisgezin aan lager wal geraakt. De goede Antonia wist met hare behendig-kiesche liefde den angstig verheelden nood dezer behoeftigen te ontdekken, en stond hen met milde aalmoezen bij, heimelijk echter, om hun stand zoo goed mogelijk op te houden. Toen dit niet meer ging en ouders en kinderen naar elders vertrokken waren, bleef zij hen ondersteunen, tot zij eindelijk van den vader vernam, dat hij weder tot verademing gekomen was. De goede lieden waren niet ondankbaar: meermaals kwamen vader, moeder of kinderen naar Tilburg over, om er hunne „goede moeder," zooals ze haar gaarne bleven noemen, te bedanken.

Als na marktdagen de laden van Antonia's toonbank vol kleine en groote munten lagen en deze in zakjes naar de huiskamer werden overgebracht en op tafel uitgeschud om geknapperd (1) te worden, kwam Mijnheer Kapelaan van Sambeek dikwijls (zoo heelemaal bij geval!) in de huiskamer geloopen, en de hoopen centen en dubbeltjes ziende vroeg hij dan : „Juffrouw, toe ! mag ik ?" .. . En als ze lachend had toegeknikt, greep hij met volle handen in die hoopen en borg het gekaapte in zijn zakken, blij, zijne armen weer te kunnen helpen. Nooit was hij onwelkom. Dit schoone voorbeeld kon niet anders dan weldadig op het hart van den kleinen Antoon werken, die dan stond toe te zien en pleizier had in beider vermaak.

Welnu, evenals zijne moeder in haar winkel, zoo was ook haar zoon in zijn klooster om zgne liefdadigheid bekend en bemind. Alle hulpbehoevenden in Tilburg wisten, dat er op het Fraterhuis een man woonde, bij wien ze niet te vergeefs om hulp zouden aankloppen. Hoe menig huisvader bleef door den dood der moeder met een aantal onmondige, ja nog spraaklooze kleinen achter, hoevele arme weduwen moesten stervend hunne kinderen hulpeloos nalaten, hoe menig ongelukkig kind zwierf door de schuld van een ontaarden vader of moeder verwaarloosd rond! Voor deze allen opende hij zgne woning, het veilige weeshuis,

(1) Knapper: een rolletje van 50 centen (of 50 dubbeltjes) in een papieren huls stevig gewonden en gesloten; een toen algemeen gebruikt betaalmiddel van kleinere geldsommen.

Sluiten