Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Maar Handel juichend en roemend op:

„De schoonste der bloemen".

„Een leli claer, scoen ende wit."

„De peerle der joncfrouwen schoon."

„Een suverlic lustelic dal, vol leliën al."

„Een bloem des velts ghenoechelyc."

De bloem uit Jesse's stam:

.Maria de Onbevlekte Moeder-Maagd.''

Handel, hoe lief zijt ge mij met uw zuiveren geest, met uw nederig gelooven, met uwe mooie Lieve-Vrouwe historie, tegen de verwaandheid der groote, -trotsche wereld, waar men lacht en spot en zich bindt aan de ketens van bijgeloof.

Gelukkig genade-oord, hoe innig devoot knielt men neer, in' rotsvast Godsvertrouwen voor de wondere beeltenis der „Lieve Vrouwe, de Troosteres der bedrukten, de Toevlucht der zondaren". Hier wordt de wijsheid der wereld beschaamd, als men luid biddend U nadert en terugkeert naar de haardstede, verzadigd, als de bijen, van den honing gepuurd bij de bloem der bloemen, de H. Maagd der maagden.

Zoo staat Handel voor me, nu wij onder den bijstand van de Moeder des Heeren, de geschiedenis gaan beschrijven van het zeven-honderd-jarig bestaan der mirakuleuze beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Handel.

Handel in het begin der 13i eeuw.

Het zal, hoop ik, den lezers niet onwelkom zijn, indien hier eene kleine beschrijving wordt ingelast over den staatkundigenen kerkdijken toestand van de Brabantsche landstreek, waarin Handel lag, toen ten jare 1220 het miraculeuze Maria-beeldje gevonden werd.

De Duitsche keizer had voor Taxandriè, na Ansfried's dood, geen graaf meer voor dit gewest benoemd, omdat nu de hertogelijke waardigheid van Neder-Lotharingen aan de Leuvensche graven was opgedragen, maakten deze hertogen op Taxandrië aanspraak.

De heeren van Breda, Heusden, Herpen en Gemert probeerden echter eene onafhankelijke positie te vestigen, doch konden op den duur den hertog van Brabant hunne leenhulde niet weigeren.

De hertogen van Brabant resideerden meestal meer te Leuven dan te Brussel. Hertog Hendrik I, gehuwd met Maria, dochter van den Franschen koning Philip Augustus en schoonvader van keizer Otto, was er op uit zijn heerschappij in Noord-Brabant te bevestigen. Met groote zorg bevorderde hij den opbloei van de steden, den handel en de industrie. Hij en zijne nakomelingen voerden den titel: hertog van Brabant en Lotharingen.

In de 13e eeuw bezat de landvoogd de hoogste macht (imperium).

Sluiten