Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

meer gemakkelijkheid in dezelfde richting te denken, de wil neeg immer meer tot de herhaalde handeling. Mogelijke hinder* palen, uiterlijke en innerlijke stoornissen van ongunstig milieu of tegenovergestelde neigingen en passies, verzwakten vanzelf door de herhaalde overwinning. Zoo ontstond er langzamerhand een blijvende neiging der ziel, op de herhaalde handelingen gespannen, waardoor men gemakkelijk, vaardig, met lust dezelfde akten herhaalt. Ja, naarmate de neiging sterk is ontwikkeld, wordt het stellen dierzelfde akten een lust en een leven.

Hieruit begrijpt men, wat een steun voor 't zedelijk leven dergelijke neigingen ons bieden. Wel zijn ze strikt genomen niet noodig om 't natuurlijk goede te doen, om natuurlijk»goede werken te verrichten; maar voor ons volmaakt mensch*zijn, zijn ze onontbeerlijk. Want al kan een driftig mensch, zijn harts* tocht beheerschend, een daad van zachtmoedigheid stellen, een dronkaard zijn slechte neiging overwinnen en een daad van matigheid stellen, hij is en blijft een onvolmaakt mensch, een driftige of een drankzuchtige, zoolang, totdat hij de deugd van zachtmoedigheid door herhaalde oefening zich heeft ver* worven. Dan eerst zal hij die goede daden met vaardigheid, lust en gemak verrichten, 't Valt hem niet meer moeilijk, veeleer licht de stem van het gezond verstand of 't juist oordeelend geweten te volgen. Wat vroeger steeds zwaar viel en moeilijk, is nu zijn blijdschap en vreugde geworden.

«Wat de kunstenaar is op kunstgebied, dat moet de mensch zijn op het gebied der zedelijkheid, en dat kan hij alleen worden door de blijvende neigingen ten goede, die als het ware met de natuur samengroeien, of, liever nog, een tweede natuur worden. Door de deugd wordt de mensch goed, niet in een of andere vluchtige levensuiting, gelijk de vrekkige aalmoesgever, maar in al zijn vermogens. De goede daden verdwijnen als de waterrimpels, maar de deugden zijn blijvende schatten, die de ziel verrijken. De deugdzame is een vruchtbare boom, die geregeld vruchten draagt. Openbaren zich in de zedelijke wereld orde, harmonie en schoonheid, dan is de deugd de boom, waarop deze drie bloemen ontluiken.« (Potters.)

En is dit waar voor 't volmaakt mensch*zijn, 't geldt ook voor 't volmaakt christenszijn. Zonder deze neigingen of blijvende

Sluiten