Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

491

De hertogin ghmlachte, half verteederd, half spottend.

„Graaf," zeide zij, „gij zijt, vrees ik, voor de hofpartij gewonnen. Hebt gij niet reeds het een of ander ordelint in den zak ?"

„Ja, mevrouw," gaf Athos ten antwoord,- „dat van den Kousenband, mij eenige dagen vóór zijn dood door koning Karei I geschonken."

Graaf de la Fère sprak de waarheid; hij wist niets af van het verzoek van Porthos en dat hij meer daii één orde bezat.

„Komaan! wij worden oud," zeide de hertogin peinzend.

Athos greep haar hand en kuste die. Zij bhkte hem zuchtend aan.

„Graaf," zeide zij, „Bragelonne moet een bekoorlijk oord zijn. Gij zijt een man van smaak en bezit er zeker waterpartijen, bosschen en bloemperken ?"

En andermaal ontsnapte haar een zucht, terwijl zij het bekoorlijke hoofd op de bevallig gebogen en nog altijd even witte en mooi gevormde hand rusten het.

„Wat zeidet gij daarjuist, mevrouw! Nooit heb ik u zoo jong, zoo schoon gezien."

De hertogin schudde het hoofd.

„Blijft mijnheer de Bragelonne te Parijs ?" vroeg zij.

„Ik had andere plannen."

„Laat hem dan bij mij," smeekte de hertogin.

„Neen, neen, mevrouw! Indien gij de" geschiedenis van Oedipus mocht hebben vergeten, dan herinner ik mij die nog."

„Waarlijk, gij zijt betooverend, graaf! En ik zou gaarne een maand op Bragelonne doorbrengen."

„Zijt gij niet bang mij-een aantal wangunstigen te bezorgen, hertogin V' vroeg Athos hoffelijk.

„Neen; want ik zal het incognito bewaren onder den naam van Marie Michon."

„Gij zijt aanbiddelijk, mevrouw."

„En waarom blijft Raoul niet bij u ?"

„Waarom niet ? Omdat hij verliefd is."

„Hij ? Een knaap!"

„Het is dan ook niet meer dan een kind, dat hij bemint,"

Sluiten