is toegevoegd aan uw favorieten.

De rijke jongeling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

In de maanden die nu volgden, ging alles zeer snel. Er was iets in de lucht — Frans gevoelde het eer hij het wist — van verzet, van weerstand. Hij wilde die vóór zijn; zo nodig zou hij ze breken. Maar hij vreesde zichzelf, de laatste tijd, vreesde zijn eigen grimmige bereidheid tot geweld; wat nog gebeuren kon, eer vijandig gezinde machten openlik de strijd tegen hem aanbonden — uit haat tegen het nieuwe, tegen de dwang, de meerderheid, tegen het uitsteken van het individu boven de algemene maat —, dat moest lenig en voorzichtig geschieden, snel en geluidloos, opdat een onverzettelike grondslag geschapen was waarop hij steunen kon wanneer de aanval begon.

Want het broeide aan alle kanten. Een enkele man, die gehele wijken van de hoofdstad in zijn bezit had, die drie van de grootste broodfabrieken had gekocht, en daar voor een millioen gulden aan buitenlands graan had laten verwerken, toen de broodprijs twee centen gestegen was, omdat de meelspeculanten dat wensten! Een enkele man, die op een morgen zo goed als alle polderterreinen rondom de stad in eigendom bleek te hebben, zodat de toekomstige uitbreiding en huisvesting vrijwel van zijn goeddunken zouden afhangen! In de gemeentelike politieke partijen, in de raad