is toegevoegd aan uw favorieten.

Genade geen ergoed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Heere is God, of de Heere is hem God, de tweede zoon heette Abia: de Heere is zijn Vader. Welk een rijkdom schittert reeds in deze beide namen: De Heere is hem een God en de Heere is zijn Vader. Wij zien Samuël staan bij zijn zonen, die hij van den Heere ontving en waarover zijn hart in vreugde brandde. Evenals zijn Moeder hem had gedaan, zou deed hij weder met zijn kinderen, hij wijdde ze den Heere.

Hij zag over die kinderen Gods goedertierenheid lichten «n wetende, dat God een God is van ons én van ons zaad, en dat Gods belofte geen ijdele klank is, legde hij hen in de handen Gods, die hun een God, een Vader was Voor Samuël was het verbond dus geen mooie zaak zander inhoud, maar het had voor hem wat te beteekenen en die beteekenis drukte hij uit in de namen, die hij aan zijn zonen gaf Zij waren Godes en God was de hunne.

Een verbondskind te hebben, wat een rijkdom is dat voor het geloovige ouderhart. Te weten dat God zijn verbond oprichtte niet met ons alleen, maar ook met ons kroost. Dat Hij zijn Kerk niet opbouwt uit losse individuen, maar dat door Zijn gemeente loopt de verbondslijn. Zoodat wij niet mogen twijfelen, of onze kinderen ook Gode toebehooren. Zij zijn Godes, omdat Hij zijn verbond bevestigt van kind op kind Niet alsof deze gedachte van vreugde de eenigste mag zijn

O, goed beschouwd vervult die gedachte ons hart met vreug-» de en vroolijkheid Maar een verbondskind te bezitten legt op ons ook zoo groote verantwoordelijkheid. Omdat wij weten, dat wij medearbeiders Gods moeten zijn. Dat wij, in de opvoeding van het verbond uitgaande, nu ook den eisch des verbonds moeten vervullen. Ons kind te noemen Joël, de Heere is hem God, of Abia, wiens Vader de Heere is, wil niet zeggen, het nu ook maar verder aan God over te laten, maar houdt voor ons in de uiterste krachtsinspanning, opdat datgene, wat God beloofde, nu ook in onze kinderen aan het licht trede en niet door onze traagheid en zorgeloosheid verborgen zal blijven.

Wij putten wel gaarne de troost uit de verbondsgedachte, een troost, door Samuël uitgedrukt in de namen zijner zonen, maar wij moeten ook aanvaarden de verantwoordelijkheid en de roeping des verbonds, opdat het verbond voor ons en onze kinderen een zegen zij en blijve en niet in een vloek worde verkeerd.

Houdt de verbondsgedachte beide, troost maar ook verantwoordelijkheid in voor de ouders, niet minder doet het dat voor het verbondskind zelve. En het is jammer, maar