is toegevoegd aan uw favorieten.

Het jongetje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D'aUora innanzi dico ch'Amore signoreggió 1'anima mia, la jquale Eu si tosto a lui disposata, e cominciö a prendere sopra me tante sicurtade e tanta signoria per la virtü che gli dava Ia mia immaginazione, che mi convenia fare compiutamente tutti i suoi piaceri. Egli mi comandava molte volte che io cercassi per vedere quest' angola giovanissima: ond'io nella mia puerizia molte flate 1'andai cercando; e vedeala di ai nobili e laudabili portamenti, che certo di lei si potea dire quella parola del poeta Omero: „Ella non pare figliuola d'uomo mortale ma di Dio."

(Dante, Vita Nuova.)

i.

HIJ was nog een heel erg Jongetje. Hij vond zichzelf al een beetje een meneer, sedert hij op de Hoogere Burgerschool was, en een lange broek aan had. Ook wist hij zoo nog al het een en ander, wat schooljongens in den Haag al zoo heel gauw weten, en hij vloekte ook wel, als de anderen erbij waren, en lachte om allerlei leelijke dingen, zonder de gemeenheid te voelen.

Maar in zijn hart was hij nog een heel erg Jongetje gebleven. En ik zeg dit, omdat ik het weten kan. Hij liep meestal in een zwart pakje, dat stond hem het beste, zei moê; zijn lange broek

H. J. 1.

1