is toegevoegd aan uw favorieten.

Historische lectuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

DE INNEMING VAN JERUZALEM DOOR DE KRUISVAARDERS-

verder een inlandsch Christen een bosch, niet ver van Sichem. Robert van Vlaanderen ging daarheen met 200 metgezellen, om door middel van kameelen en gevangen Saracenen het hout in het leger te laten brengen. De voorraad werd verdeeld; de eene helft kreeg graaf Raimond, wiens belegeringstoren gebouwd werd door een zekeren Willem Richard, geholpen door de Genueezen. Uit de rest van het materieel bouwde Gaston van Béarn voor de Lotharingers, Vlamingen en Normandiërs een tweeden toren met toebehooren. Toen men eenmaal zoover was, twijfelde men geen oogenblik meer aan den goeden uitslag van het beleg.

Aan een Provencaalsch geestelijke was inmiddels in een droom bisschop Adhemar van Puy verschenenl), die hem medegedeeld had, dat het leger zich eerst van zijn zonden moest reinigen en onder gebed een ommetocht om de stad moest ondernemen; zonder dit zou de stad Jeruzalem nooit in hun handen vallen. Dit bevel werd in de eerste dagen van Juli stipt uitgevoerd; barrevoets trok men biddende langs den voet der muren, door de Saracenen van boven af met hoon en spot, ook met pijlschoten getergd.; op den Olijfberg loofde een priester in een plechtige toespraak de barmhartigheid van den Heer, en maande adel en volk aan tot weldadigheid en andere goede werken.

Den 6den of 7den Juli had men eindelijk de belegeringswerktuigen voltooid, en kon men den aanval met kracht beginnen. Raimond had vooral met moeilijkheden van het terrein te kampen; den lOden, toen hij zijn belegeringstoren voltooid had, bleek, dat hij dezen door een diepe gracht niet vlak bij de stad kon brengen. Het middel, dat hij aanwendde, toonde hoe slecht men op de moeilijkheden van een beleg voorbereid was; hij liet zijn krijgers dag en nacht steenen aansleepen; in drie etmalen gelukte het hun de gracht aldus aan te vullen en den 14den kon hij met den aanval beginnen.

De overige vorsten hadden inmiddels hun toren aan de noord-

*) De pauselijke legaat, die den tocht der Zuid-Fransche legerscharen medegemaakt had, maar in 1098 overleden was.