is toegevoegd aan je favorieten.

Gewetensvrijheid ook inzake krijgsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Wij verheugen ons erover, dat thans reeds van verschillende zijden — zij 't meest met blijkbaar opzettelijk verzwijgen van onze Actie — de noodzakelijkheid der ontheffing van den krijgsdienst voorin hun consciëntie daartegen bezwaarden niet slechts met nadruk wordt erkend, doch zelfs met kracht wordt bepleit.

In het bizonder vestigen wij de aandacht op het vlugschrift van J. A. vanSijn: *Een pleidooi voor Gewetensvrijheid*. (Rotterdam, bij Van Sijn en Zonen, 1916, fo.25). De schrijver is op christelijke gronden tegen den oorlog. Daarom verzocht hij indertijd overplaatsing naar een hospitaal-compagnie. Zelfs dit eenvoudig verzoek werd echter genegeerd. Wel wendde hij zich tot den opperbevelhebber van land- en zeemacht. Maar hij ontving geen antwoord.

Sinds bleef de gedachte mij kwellen, dat in een Prot. Christelijk land, als Nederland, geen plaats is voor gewetensbezwaren; en voelde ik steeds sterker de behoefte opkomen, om in schrift en rede te pleiten voor gewetensvrijheid van allen, die, evenals ik, op grond hunner positief christelijke opvattingen van naastenliefde en menschelijkheid, moeten weigeren hunne dwalende, zwakke of gehoorzame medemenschen te dooden, terwille van wereldsche traditiën.

Evenals mr. N. G. Teding van Berkhout strijdt Van Sijn overigens èn voor conscientievrijheid, èn tegen oorlog.

Zijn brochure bevat o.a. de artikelen van den hofprediker Dr. J. H. Gerretsen uit het t.Nieuw Kerkelijk Weekblad* van 10 Maart 1916, van Dr. A. Kuyper uit >De Standaard* van 25 Maart en 7 April, en van prof. Kohnstamm uit >De Vrijzinnig Democraat* van 4 Nov. j.1. En voorts het verslag van een gesprek van den heer Van Sijn' met Dr. A. Kuyper te dezer zake, dat voor onze geestverwanten niet onbelangrijk is. Dit vlugschrift zal in de kringen, die de heer Van Sijn bereiken kan — kringen, die voor ons meest nog gesloten zijn —, èn als oorlogsbestrijding èn als pleidooi voor consciëntievrijheid niet anders dan goed kunnen werken. Het is waar, dat wij het van ons standpunt in-epkele opzichten krachtiger, consequenter zouden hebben gewild. Maar het is misschien nog zoo kwaad niet, dat het niet al te revolutionair schijnt — hoezeer het dit wezenlijk is —. ')

') Dr. J. H. Gunning J. H.zn. schreef in het Bijblad van „Pniër' van 16 Dec. j.1. over dit boekje:

„Een kloek en ernstig woord van een overtuigd tegenstander van den oorlog, van een christen, die Gods gebod en den eisch des gewetens h o o g e r stelt dan alle redeneeringen over „vaderlandsliefde", „plicht der Overheid", „Staatsbelang" en dergelijke frazen meer. Merkwaardig hoe zulk een christen door Dr. Kuyper ontvangen en entlassen wordt, gelijk de schrijver uit eigen ervaring mededeelt. Ik ben het van harte met hem ééns als hij zegt: „Laat de Overheid zich niet bezondigen door die Christenen te vervolgen, die willen werken aan den opbouw van Gods Vrederijk."

„Men leze en verspreide, dit boekje. Les idéés marchent!"