is toegevoegd aan uw favorieten.

Stemmen van verre en dichtebij : lektuur voor het katholiek onderwijs en voor zelfstudie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

JOANNES FRANC1SCUS ALOYSIUS LEESBERG.

(1805—1889).

Mr. Leesberg, geboren te Leidschendam, behoorde tot de kring van de Katholiek, waarin hij tal van bijdragen schreef. In 1830 werd hij advokaat, en in Den Haag heeft hij ook tot 1883 gefungeerd als notaris; hij stierf er in 1889. Aan de aktueele kwesties die er omstreeks 1850 in en buiten 't katholieke kamp rezen, nam hij ijverig deel, o.a. door zijn Theepraatje over het Placet en door Een dorpspraatje over de Bisschoppen.

Eigenaardig mag het heten dat Leesberg, als dichter, het sinds de 18e eeuw vrijwel vergeten en in diskrediet geraakte herdersdicht tot zijn genre koos. Zijn bundel Herdersdichten, die met een verhandeling over het herdersdicht opent, verscheen in 1843 en werd in 1867 herdrukt. Zijn overige gedichten, voor verreweg het grootste deel gelegenheid-poëzie, verzamelde hij in Letterloover.

Met prof. Smit gaf hij in 1880 de gedichten van zijn vriend Broere uit.

HERDERSDICHT.

DE KRUISIGING. I|l|§

Das nachtvolle Kreuz mit Golgotha bebte. KLOPSTOCK, „Der Messias". Gesang Vffl.

Men verbeelde zich een heuvelachtige, hier en daar met hout bewassen streek nabij Jeruzalem; alleen enkele hogere heuvels geven een vrij uitzicht op de Kalvarieberg. Op een dezer heuvels staat de oude herder Laban; op een kleinere heuvel ontmoeten elkaar twee jongere herders, Ruben en Rachuël. — De verduistering van het daglicht is reeds begonnen, en neemt allengs toe; eindelik wordt het als schemeravond, hoewel de zon nog ver van haar ondergang is; de dichter onderstelt nog zoveel licht, dat de kruisen op Kalvarië zich vrij duidelik tegen de lucht aan de gezichteinder aftekenen. Dat de'maan hier aan de hemel verschijnt, is als een wonder te beschouwen; immers het was de tijd der volle maan, die eerst opkomt als de zon ondergaat, en dan juist tegenover haar staat. Zekerheid hebben wij van zodanig wonder niet; maar reeds in «en overoud Grieks geschrift wordt de duisternis bij de dood des Heeren zo verklaard, dat de maan, tegen de loop der natuur, zich plotseling voor de zon kwam plaatsen.