is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Commissie ingesteld door den Directeur-Generaal der Posterijen en Telegrafie bij beschikking van 8 Juni 1920, No. 5020 kabinet, tot het geven van advies terzake van de wenschelijkheid van decentralisatie van het bestuur van de post-, telegraaf- en telefoondienst en van de beginselen, welke eventueel aan decentralisatie zouden moeten ten grondslag liggen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRAGEN.

ANTWOORDEN.

a. den feitelijken toestand?

b. de werkelijke behoefte?

Is het aantal op elk uur aanwezige kantoorambtenaren in overeenstemming met de eischen van den dienst? Hebben de diensten, waarvoor hulppersoneel is aangewezen, nog voldoende reden van bestaan? Zoo neen, werd een voorstel tot opheffing gedaan?

Hebben de toezichtsambtenaren een behoorlijke dagtaak? Is de bestelling behoorlijk geregeld? Laat de duidelijkheid van handteekeningen of parafen van de ambtenaren niet te wenschen over?

IV. Archief, Materieel en Inventaris.

Zijn de ingekomen en uitgaande stukken, behoorende tot het archief van het kantoor, in goede orde, volgens de voorschriften gerangschikt? Worden de agenda en de klapper op de agenda tijdig en nauwkeurig bijgehouden?

Geschiedt de stempeling met zorg? Zijn de stempels, cachetten, enz. zindelijk en in goeden staat? Zijn de weegwerktuigen in goeden staat en geven zij het gewicht zuiver aan?

Zijn de gewichten behoorlijk geijkt? Zijn de lockboxes in orde en zijn bij elk slot drie sleutels aanwezig? Worden brandkast en quadrantwegei* geregeld gesmeerd ?

116