is toegevoegd aan je favorieten.

Godsdienst en werkelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

iets; door alle verandering heen blijft iets zich gelijk. Het zich gelijk blijvende temidden der verandering is het wezen; de onbestendigheid van het zijn is de bestendigheid van het wezen. De werkelijkheid van het alledaagsche bewustzijn is eene slechte werkelijkheid: „de wereld ligt in het booze", zegt de vrome, en voegt er aan toe: „de gedaante dezer wereld gaat voorbij", om het dan te zoeken in het hoogere, dat blijft.

Zoo komen wij, denkende over de werkelijkheid, als vanzelf tot den godsdienst. Maar deze benaming staat aan ernstig misverstand bloot. Men zou daarom misschien beter doen met van religie te spreken. Dit vreemde woord zegt ons echter niets; zijne herkomst is onzeker. Komt het van rélegere, dat overwegen beteekent? of van religare = verbinden? Het bezwaar, dat het ons als klank niets zegt, is echter in zekeren zin ook weer een voordeel: het woord is er om zoo te zeggen neutraal door, terwijl de naam „godsdienst" te veel aan dienen en dienstbaarheid herinnert; Multatuli spotte dan ook met de goddienerij. Dienen kan het werk van een onvrijen, slaafschen geest zijn, die den wil van een ander volbrengt zonder die redelijk te beamen. Aldus verstaan is godsdienst eigenlijk niet meer dan een bepaalde faze in de geschiedenis van de religie, met name die godsdiensten, waarin de vrome als knecht en God zelf als een Oostersch heerscher wordt gedacht, wien het hoogstens belieft zijne slaven tot zijne gunstelingen te verheffen. Onder Israël is het onbevredigende dezer verhouding reeds gevoeld door Jeremia, den profeet, toen deze (Jer. 31:31 vv.) de beroemde woorden sprak: „de dagen komen, spreekt de Heer, dat ik met het huis Israëls en met het huis van Juda een nieuw

verbond zal maken; Ik zal mijne wet in hun binnenste

schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen mij tot

een volk zijn zij zullen mij allen kennen". Heeft het

Joodsche Pinksterfeest als voorwerp van dankbare herinnering de Wetgeving, het Christelijk Pinksterfeest herdenkt de Geestgeving en het Christendom kan dus slechts godsdienst heeten in zooverre wij bij dat woord niet aan hatelijke dienstbaarheid denken, doch aan eene gezindheid, die in dienende liefde hare schoonste uitdrukking vindt. Dergelijke liefdedienst is de ware vrijheid, het zichzelven de wet opleggen, de zelfbepaling van den mensch, die zichzelven, zijn ware Zelf gevonden heeft.

Nu kan men in de geschiedenis van de religie drie trappen onderscheiden, die door de drie wereldgodsdiensten: Boeddhisme, Islam en Christendom worden gekenschetst. Want