Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stel, bijzondere aandacbt is geschonken.

Bij de ontgraving van het terrein om een natuursteenen tempel komt het namelijk voor, dat bij het bouwwerk behoorende, daarvan afgestorte steenblokken voor den dag komen, welker ornament aansluit bij andere, nog in het werk aanwezige blokken of welker oorspronkelijke plaats op andere manier met zekerheid kan worden bepaald. Niets natuurlijkers en eenvoudigere dan deze blokken te herplaatsen. 1) Wie zich hier door een of andere vooropgezette theorie laat afhouden van wat zijn gezond verstand hem ingeeft, handelt even dwaas als bijv. een archaeoloog, die de bijeenbehoorende torso en hoofd van een beeld gescheiden in twee kasten te kijk zet.

Het geval wordt iets gecompliceerder als een aantal van zulke blokken aan het licht komt, waaruit een of ander ontbrekend deel van den tempel, bv. een nisafdekking of poortdoorgang kan worden opgebouwd, — niet met „scherpzinnigheid' '.maar X aan de hand van onweerlegbare feiten t.w. het doorloopen van het ornament van den eenen steen op den anderen, het aansluiten van breukvlakken enz. enz. Dit werk heeft plaats op den beganen grond. Waarna zich aanstonds de vraag voordoet: moet het aldus gereconstrueerde deel in het werk herplaatst worden, ja, dan neen? 2).

Voordat we, het trouwens voor de hand liggende antwoord geven, willen wij een practisch geval, nml. de reconstructie van het zgn. „tempeltje met jaartal" van het Panataran-complex bij Blitar, in beschouwing nemen.

1) Vgl. Marshall 1. c. p. 10; „Everyscrap ol ancient tilework or carved brick, that is lying in the debris on old sites, should be restored if possible to its former place, care of course being taken to ensure the restoration being correct."

2) Dergelijke recontructies zijn ook uitgevoerd door Van Erp bij de restauratie van Boroboedoer. Zoo werden o. a. vele teruggevonden relief-fragmenten herplaatst en poorten uit de oude stukken opgebouwd. Deze werkzaamheden zijn echter eenigszins in het niet verzonken tegenover de zeer omvangrijke conserveerings-en restauratie-maatregelen en hebben daarom misschien niet de aandacht getrokken die zij waard zijn. Ook in Nederland zijn soms reconstructies uitgevoerd waarbij oude, van elders opgespoorde, onderdeelen dienst deden, laatstelijk bij de restauratie van de Agnietenkapel te Amsterdam.

Van dit tempeltje — vóór de behandeling een onaanzienlijk, uit 't lood gezakt gebouwtje (zie afb. 1) — ontbrak de geheele top. Bij de ontgraving van het terrein door Perquin in 1916 kwam een menigte fragmenten voor den dag, die, als de blokken van een blokkendoos, op en naast elkaar gepast, de verschillende lagen van het topstuk opleverden (zie de afb. 2 en 3 waaruit blijkt op welke manier te werk is gegaan). Uit deze lagen weer kon de oorspronkelijke vorm van den geheelen top met absolute zekerheid worden vastgesteld.

Dit voorbeeld maakt duidelijk, waarop onze bewering berust, dat de reconstructie van Hindoe-Javaansche heiligdommen niet zonder meer met de reconstructie van oud-Hollandsche monumenten op een lijn te stellen is.

Ontbreken van een Hollandsche oudheid belangrijke onderdeelen — een toren van een kerk door een brand verwoest/ een vleugel van een raadhuis voor een vernieuwing gesloopt — dan zijn die gedeelten gewoonlijk onherroepelijk verloren. De oude baksteenen zijn voor vernieuwingen gebruikt of her- en derwaarts verspreid en kunnen, al zouden ze achterhaald worden, in het algemeen geen aanwijzingen omtrent de vroegere samenstelling van het bouwwerk geven. Bij reconstructie is men als regel aangewezen op gegevens, die hoe schijnbaar volledig en nauwkeurig ook, ruimte laten voor dwaling en fantaisie. 1).

Het in Holland gevoelde wetenschappelijk bezwaar: aanvechtbaarheid der resultaten, en het ethisch-aesthetisch bezwaar: bedrog gepleegd tegen het verleden en het heden door imitatie van het verloren gegane, kunnen niet tegen een reconstructie als die van het tempeltje met jaartal aangevoerd worden. Want de oorspronkelijke vorm van het ontbrekende wordt niet „afgeleid" maar ontstaat uit de oude authentieke stukken; de reconstructie is niets dan een

1) Zie de belangrijke discussies over dit onderwerp gehouden op de jaarvergadering van den Ned. Oudhk. Bd. te Arnhem 1915: Buil. 1915 p. 142.

8

Sluiten