Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan noodig ik u uit, ineens een behoorlijken sprong in gedachten met mij te nemen, en dan zullen wij eens zien of de brute macht op den duur vermag den geest te dooden, zelfs bij geheele overweldigingen van volk op volk.

Het klassieke voorbeeld hiervan is de overweldiging van de Grieken door de Romeinen; vermocht de Romeinsche brute macht den Griekschen geest te dooden? Integendeel, maar juist na de lichamelijke, dierlijke verovering, doortrok de grieksche geest de romeinsche samenleving, zóózeer, dat het slechts was of de Grieksche schoonheidscultus nu een breeder veld had gevonden om zich te ontplooien. Dat deze later door buitensporigheid verdierf, dit is een gevolg van alle buitensporigheid, maar het Grieksche schoonheidselement had onverwoestbaar en dóór de Romeinsche heerschappij als 't ware heen, de geheele toenmalige beschaafde wereld als een zuurdeesem doortrokken en nog na den inval der barbaren en de volksverhuizingen, na de angstige middeleeuwen, kwam het weer boven in de renaissance en is nu, men zou bijna zeggen, een niet meer weg te werken deel der wereldcultuur.

En zóó is het met elk geestelijk element. De absolute universeele liefde, na de enkele daden van vroegeren, na de profetfën der dichterlijke zieners, bij Jezus tot klaar woord en tot levenslange dadenreeks gerijpt, zou van dien tijd af, in enkelingen, zoowel als in geheele sekten, later bij voortduring aanwezig zijn en is o.a. weer in Tolstoï's woord en de daden der tegenwoordige principiëele dienstweigeraars van de geheele aarde tot wijdere ontplooing gekomen.

Dat er dus één zulk een geestelijk weerbare bestaan heeft, heeft de mogelijkheid geschapen dat er enkelingen hem volgden, dat er groepen van zulke enkelingen zich in den loop der tijden hier en daar vormden, en dat nü in een gansch geslacht en in elke natie daarvan, >geloovigen« in de geestelijke weerbaarheid worden aangetroffen, méér dan »geloovigen«: toepassers, doeners.

Die >geloovigen< zullen uit den aard der zaak nog niet kunnen aantoonen, dat de geestelijke weerbaarheid méér resultaten heeft afgeworpen dan het geweldssysteem, om de eenvoudige reden, dat er oneindig veel meer »geweld* dan »geestelijke weerbaarheid* tot nu toe als 't ware aan den dag is getreden en door de geschiedenis is opgeteekend. Maar het is wèl te bewijzen, dat degenen die »geestelijke weerbaarheid* hebben toegepast, procentsgewijze dus als 'tware, méér hebben teweeg gebracht in de geschiedenis dan de geweldenaars.

Of acht ge den invloed van de beroemde wijsgeeren, die juist voor zoover zij wijsgeer waren, toch enkel de geestelijke weerbaarheid beoefenden, niet hooger dan den invloed van een gelijk aantal soldaten; acht ge den invloed van dichters en redenaars, die juist voor zoover zij dichter en redenaar waren, enkel geeste-

Sluiten