Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

dwingt, zelfs tegen hun wil, om zélf de grenzen te bezetten, welke het naburige land onbeschermd open stelde. Het vrij-laten dér grenzen ware een oproep gelijk, tot de oorlogvoerenden gericht, om het terrein van den weerlopze te bezigen voor hun moordbedrijf. Zulk 'n houding hier te verdedigen moge dan „geen man en geen cent" heet en, het foeteekent, dat men willoos en weerloos zijn laatsten man en zijn laatste cent ter beschikking van de oorlogvoerenden stelt, ja ze aanspoort, om daarvan een dankbaar gebruik te komen maken.

Wij moeten in dit verband ook signaleeren de liefhebberij, waaraan onze tegenstanders zich schuldig maken, door ons op vergaderingen toe te roepen: „Zijt gij sociaaldemokraten ? Neen, Liebknecht, dat is een man naar mijn hart!" Dikwijls komt dat debat van braaf-burgerlijke zijde, waar men een Liebknecht direkt zou opsluiten, zoodra hij zijne ideeën hier verkondigde, en waar men zelf voor de bevordering der ontwapening, en van den vrede geen hand heeft uitgestoken. Tot déze lieden spreke men: „En gij en uws gelijken, wat hebt gij zélf gedaan?" Maar dat nog daargelaten, het geheele beroep op Liebknecht is v a 1 s c h! Liebknecht strijdt tegen de Duitsche regeering, welke hij als de schuldige beschouwt van een oorlog, uit veroveringszucht aangevangen. Maar in Nederland gaat het om het blijven buiten den oorlog. En hierover denkt Liebknecht precies als elk van ons, en hij heeft dat zélf nadrukkelijk uitgesproken.

Wil nu onze medéwerking aan de handhaving der neutraliteit zeggen, dat wij klaar 'staan* om oorlog te voeren, zoodra onze onzijdigheid geschonden wordt? Dat wij, sociaaldemokraten, a 1 s onze onzijdigheid mocht geschonden worden, dus ook gereed staan om eene Regeering te steunen, die dan Nederland' in den oorlog voert? Men meene niet, dat het een uit het ander voortvloeit. Wie gewelddadig de schending zijner neutraliteit belet, pleegt daar-

Sluiten