is toegevoegd aan je favorieten.

Middeleeuwsche heldensagen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

TWARDOWSKI WORDT DOOR DEN DUIVEL GEHAALD.

bode den wagen, die voor het huis wachtte. In suizende vaart ging het nu de poort uit en van de berghelling af de wijde vlakte in, waardoor in het heldere maanlicht de Weichsel als een zilveren lint kronkelde.

Nog hadden zij een niet al te grooten afstand in de eenzame vlakte afgelegd, toen zij langs een spookachtigen knotwilg kwamen, waarop een groote uil zat, die verschrikkelijk met zijn oogen draaide en als vertoornd over het nachtelijk bezoek drie langgerekte, weemoedige klaagtonen liet hooren. Onwillekeurig voelde Twardowski een koude huivering door zijn leden varen, maar de voerman legde de zweep op de paarden en spoedig hadden zij den onheilspellenden boom achter zich.

Weldra doemde in het maanlicht een eenzaam, somber gebouw op, dat de voerman als het doel van hun tocht aanduidde. Het bleek een herberg te zijn, want zij droeg een uithangbord, maar Twardowski las niet, wat er op stond. Nauwelijks was onze toovenaar uitgestegen of een zwerm van kraaien, nachtuilen en vleermuizen fladderde hem eensklaps onder vreesehjke geluiden om het hoofd en zette zich daarna op het stroodak neder.

Twardowski twijfelde er thans niet meer aan, of hij had met een hst van den duivel te doen. Hij schaamde zich evenwel terug te keeren, en trad dus de herberg binnen, maar hij nam zich voor, geheel op zijn hoede te zijn. Toen hij in de gelagkamer kwam, wierp hij snel 'een onderzoekenden blik naar alle zijden, om te zien, of hij niet een of ander middel ter redding ontdekken kon.

Gelukkig bemerkte hij dit in een klein, pasgeboren kind, dat rustig in een wieg lag te slapen. Snel nam Twardowski het op zijn arm en bedekte het met zijn mantel.

Nauwelijks had hij dit gedaan, of de deur vloog open en de duivel trad binnen, ditmaal in de gedaante en houding van een hoofsch ridder. Hij maakte voor Twardowski een diepe buiging en zeide op onderdanigen toon: