is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude Wytske

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9i

beurs weer naar de diepte. Toen keerde hij zich opnieuw naar den koopman.

„Daar heb je drie centen," kwam hij en duwde ze in de hem toegestoken hand.

Jetse, wien de wijze van betalen wat verdacht voorkwam, keek onmiddellijk naar 't geen hij ontvangen had en zag, dat het drie waardelooze geldstukjes waren.

„Je hebt je vergist," zei hij met een,gemaakt lachje: „je geeft me drie oude duiten."

Jan deed, alsof hij 't niet hoorde. Hij stak de appelsien in den zak en reed weg.

„Jan! Jan! Je hebt me duiten gegeven in plaats van centen!" riep Jetse hem na.

„Steek ze maar in je zak!" riep Jan, en lachte valsch.

„Geef me mijn appel terug!"

„Morgen brengen!"

Jetse begon haast te huilen; drie centen weg. Wat moest hij niet verkoopen, vóór hij ze terug gewonnen had!

„Je bent een groote bedrieger!"

Jan Rabbers bleef staan. Hij haalde den sinaasappel te voorschijn en hield hem uit de verte Jetse toe.

„Kom maar hier!" riep hij, „dan kun je 'm terugkrijgen, 't Was maar een grapje van me."

Jetse geloofde het en liep haastig naar hem toe, maar toen hij den appel wou grijpen, stak Jan dien in den zak.

„Je mocht er nog even aan ruiken," grijnslachte hij.

„Geef je 'm mij niet terug?"

„Ben je niet wijs? 'k Heb 'm eerlijk gekocht en betaald."

„Je bent een gemeene dief!" schreeuwde Jetse.