is toegevoegd aan uw favorieten.

Neêrland weer vrij!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XH.

PLUNDERING EN MOORD.

Toen de Franschen een paar dagen te voren zoo onverwacht aan de oranje-vreugde in Woerden een einde hadden gemaakt, was er een kleine bezetting, niet meer dan eenige gendarmen onder een adjudant, achtergebleven. Dat deze zich tegen ons verzetten zon, was niet te denken. De adjudant vroeg een paar uur uitstel, maar zond intusschen, het bleek later, een zijner mannen naar Utrecht met bericht van het gebeurde. Geen onzer officieren dacht er blijkbaar aan, dit te beletten.

De maire, die nu weer burgemeester werd, heette ons hartelijk welkom en het de poort openen. Vroohjk marcheerde ons troepje binnen. De bevolking stroomde toe en nam ons legertje, dat hen van de Fransche overheersching bevrijden kwam, nieuwsgierig op. Spoedig zag ik buurman Van Leeuwen onder hen; ik wenkte hem en lachte om zijn verbaasd gezicht, toen hij mij onder deze soldaten zag.

„Waar is Vader?" vroeg ik. „En hoe gaat het met Moeder?"

Uit den brief, dien Vader mij geschreven had, had ik reeds vernomen, dat Moeder ongesteld was. Buurman deelde mij thans mede, dat zij nog steeds te bed lag, wat zeker de reden was. dat Vader thuis was gebleven.

De stad was rustig, het uur van den nacht naderde; onze generaal deed ons uiteengaan. Alle soldaten werden bij burgers in de stad ingekwartierd. Slechts werd een wacht geplaatst bij de Utrechtsche poort, terwijl enkele mannen gezonden werden naar een klein fort, dat even buiten de poort aan den weg naar Utrecht gelegen was. Mij werd verlof gegeven naar huis te gaan.

„Br begrijp niet, dat er niet meer voorzorgen genomen