is toegevoegd aan uw favorieten.

Willem Wijcherts

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

Maar elke stap zou hem verder brengen van den edelen ridder, die hier hulpeloos nederlag.

«O, God in den hemel!« bad hij sidderend, «help mij en dezen heer ook!« Toen, beslist, boog hij zich dieper over Treslong heen en begon gejaagd diens harnas los te gespen. Langs Willems hand sijpelde bloed.

«Heerk fluisterde hij, »edele heer! kent u mij niet?«...

De gewonde steunde pijnlijk. Willem stond be* sluiteloos. Wat moest hij doen. Daar ziet hij tus* schen Treslong's kleeding een gouden keten seint* teren. Haastig ontneemt hij den gewonde het sieraad en bergt het in zijn eigen wambuis. Hij begreep maar al te wel, dat straks de vijand de gewonden en dooden zou komen berooven. »'k Zal ze voor u bewaren, edele heerk fluisterde Willem aan het oor van Treslong. Even opende deze de oogen, wezenloos.

Willem trachtte den ridder dieper het hout in te trekken, 't Gelukte hem niet. De forschgebouwde, zwaar geharnaste man was niet gemakkelijk te ver* plaatsen. Daarbij maakte zijne wonde voorzichtig* heid noodzakelijk.

Willem keek rond... «Goddank! daar komen vluchtende Nassauers aan k ... Helaas! zij veranderen van richting. Maar, kijk, door het hout heen nadert

iemand, die speurend rondziet »Een Nassauer k

roept Willem half*luid.

«Hierheen, kameraad! hierheenI Help me even dezen ridder in het dichte kreupelhout dragen, voordat de vijand hem komt doodslaan en berooven! Hier, help me even, 't is Treslong, een vriend van Graaf Lodewijk.«

«Berooven?« klonk het haastig terug. «Wie?... Wie heb je daar... Ah!« grijnsde de aangekomene, «eindelijk toch iets te verdienen, ja, ja... Zeker zal ik je helpen, mijn jongen, we deelen samen, maar... zwijgen, mannetje, zwijgen als 't graf, hoor jek