is toegevoegd aan uw favorieten.

De kristallen stad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen hadden de zeehonden op de vlucht gejaagd. Tevergeefs stond de Eskimo uren lang op den uitkijk : er kwam niets opdagen. Geen enkele rob liet zich zien, en met een somber gelaat kwam hij eiken avond terug, om den mannen de treurige tijding mede te deelen, die hen bijnaHeed vertwijfelen.

Maar op den vierden dag na het onheil kwam Hans met een glans van vreugde op zijn breed, glimmend gelaat aansnellen. Hij bracht dan ook een welkome tijding, want hij had een reusachtigen rob een ougiok, gevangen. Het dier lag nu half op het ijs, waar hij het met de harpoenlijn had vastgebonden aan een ijsblok.

Het is te begrijpen, dat allen naar de plaats snelden; waarheen Hans hen voorging. Met welk een vreugde namen zij het dier op, dat een lengte had van wel negen voet en stellig zes- a zevenhonderd pond woog.

Hun vreugde was echter van korten duur. Tegen den avond stak er een storm op, die het ijs deed kraken en scheuren. Niet zonder reden vreesde nen, dat dit noodweer de ondergang van de Kristallen Stad kon zijn.

Telkens voelde men schokken en het onheil spellend gehuil van den storm gevoegd bij het geraas der op en tegen het ijsveld vallende ijsbrokken, dreef Barends en zijn getrouwen naar buiten.

Een ontzettend schouwspel" wachtte hen. De

in