is toegevoegd aan je favorieten.

Het kostmeisje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

302

anderen. En nn is ze zelf zwak, schreien haar oogen en beeft haar stem, terwijl ze terug denkt aan de jongere zuster, die niet was als zij, die bezweken is in den strijd om 't bestaan, welke te hard voor haar bleek te zijn, die haar nog van de andere zijde van het graf, door den mond van een vreemde, schijnt te waarschuwen.

Heel zacht, bijna fluisterend, herhaalt ze de overgebrachte woorden: „Zoo, vond zij mij wel eens wat streng en zei ze, dat niets en niemand mij ooit van een genomen besluit kon af brengen?"

Beide vrouwen zwijgen een poos er is een zwijgen,

dat vaak welsprekender is dan woorden.

Ze denken aan Christine, die heen was gegaan, omdat het leven te moeielijk voor haar was geweest en het haar krachten had gesloopt en onwillekeurig verrijst voor beider oog, bet kind, dat de aanleiding is tot haar gesprek.... Lizzie, zoo jong nog, zoo zorgeloos, zoo overmoedig.

Juffrouw van der Abeelen, zelve een flinke vrouw, een stoere werkster, heeft vóór haar gepleit, niet uit zwakte of voorliefde, doch uit goedheid en vriendelijkheid, omdat zij vergeven hooger vindt dan straffen en ook omdat het haar hard, zelf onbillijk, toeschijnt de ouders voor de ondeugden hunner kinderen te doen lijden.

En de directrice, van natuur harder, maar nu verteederd, wil het jonge leven, dat recht heeft op zon en geluk, niet versomberen.

Zij, de trotsche en onwrikbare, wil buigen — ter wille van Christine, het jongere zusje van vroeger, dat zooveel zachter en teerder aangelegd, haar streng noemde.

Ze wischt zich de oogen af, verbant het visioen uit het verleden en zegt vriendelijk: „Er is een advocaat aan u verloren, juffrouw van der Abeelen."