is toegevoegd aan je favorieten.

Het kostmeisje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

308

natuurlijker aan doet dan een fijn gestijleerd meesterstukje.

Het einde was nog 't moeilijkste, want ze kon er toch niet bijzetten: „Uw u liefhebbende", of: „Met vriendelijke groeten," of: „Met alles liefs."

Zoo'n suikerboontje aan 't einde^ noemt Loes 't.

Maar dat gaat toch niet

Ziezoo, nu gauw een enveloppe er om en Pa om een postzegel vragen.

Als Pa het nu maar niet lezen wil, want dan keurt hij het natuurlijk af, ten eerste omdat Pa's ideaal omtrent zoo'n brief van zelf anders is dan 't hare en dan ook, omdat 't niet erg netjes geschreven, om niet te zeggen, geknoeid is.

Had ze nu maar zelf een postzegel?

Of Ma om een vragen?

Wacht, ze zal meteen haar hoed opzetten en den brief gauw op de post doen, vóór Pa thuis komt De list gelukt I

Als de Majoor er naar vraagt, kan Lizzie naar waarheid getuigen dat de brief al lang weg is.

„En wat heb je geschreven? Heb je je brief aan Mama laten lezen?"

„Nee.... ik had 'm al dicht gemaakt."

„En heb je geen kladje gehouden?"

„Een kladje? Nee, hoe komt u er op? Ik heb 'm zoo in eens geschreven."

„Je weet toch wel wat er in stond."

„Nu, dat ik spijt had, natuurlijk, en beterschap beloofde."

„En heb je ook aan juffrouw Bijsterman geschreven?"

„Nee! moest dat ook nog?"

„Wat vindt u, tante Louise?7' vraagt de Majoor.

„De directrice zei enkel, dat Lizzie aan juffrouw van Dalen moest schrijven, maar ik vind wel, dat er Iets